Terug naar overzicht

Forse kritiek Milieukunde Breda

De Hogeschool Brabant heeft een van de kleinste en meest bekritiseerde milieuopleidingen in Nederland. Bijna alle punten die landelijk als problematisch gelden, slaan ook op Milieukunde in Breda. Het gaat vooral om de studiebegeleiding, de kwaliteit van de stages, de relaties met de wetenschap, het personeelsbeleid en de algehele kwaliteitszorg. Dat blijkt uit het vandaag verschenen rapport van de visitatiecommissie die de hbo-milieuopleidingen heeft onderzocht.
Milieukunde krijgt kritiek op de samenhang in het programma, de gehanteerde werkvormen en de relaties met het werkveld. Ook de zelfevaluatie krijgt stevige kritiek: de docenten zouden een ‘te rooskleurig beeld’ van de toestand bij hun opleiding hebben.
Een pluspunt is dat de opleiding als enige een behoorlijke selectie en verwijzing in de propedeuse kent. De kwaliteit van de toetsen in Breda is de visitatiecommissie meegevallen.

Er mankeert het nodige aan de milieustudies in het hbo in Nederland. Het onderwijs is wel gevarieerd en eigentijds, maar het programma mist vaak samenhang. Ook de kwaliteit van toetsen, het personeelsbeleid en de algehele kwaliteitszorg schieten vaak tekort.
Opvallend genoeg is de kwaliteit van de afgestudeerden toch meestal voldoende (alleen Delft scoort matig). Dat is meer te danken aan de individuele inzet van studenten en docenten dan aan een systeem van goede kwaliteitsborging, zo blijkt uit het visitatierapport.
Net als de rest van het hbo zijn de milieuopleidingen recent gemoderniseerd. Er ligt meer nadruk op projecten, zelfwerkzaamheid en integratie van vakken. Maar die vernieuwing is niet consequent uitgewerkt. Docenten geven toch nog traditioneel les vanuit het eigen vak. Er is vaak nog geen goed toetsingsbeleid – zodat er of alleen feitenkennis gevraagd wordt, of de normen verwateren. Ook het niveau van de stages wordt bij de meeste opleidingen te weinig bewaakt.
Al met al ziet de visitatiecommissie bij alle opleidingen te weinig waarborgen voor de kwaliteit van afgestudeerden. Bovendien zijn de opleidingen te veel naar binnen gekeerd. De commissie wil meer aandacht voor internationale ontwikkelingen, meer contacten met de wetenschap en meer toekomstvisie.
De opleidingen zouden samen een gezamenlijk opleidingsprofiel moeten opstellen. De diversiteit in namen (milieukunde, milieutechnologie, land-, water- en milieubeheer, aquatische ecotechnologie) zou moeten plaatsmaken voor één herkenbaar etiket. (FS/HOP)

Meer lezen?