Terug naar overzicht

Meer allochtonen in hbo dan in wo

Het percentage allochtonen dat een wetenschappelijke opleiding volgt, is een stuk kleiner dan het aantal dat een hbo-opleiding volgt. In het wo gaat het om drie procent van het aantal studenten, in het hbo om vijf procent.
Dat blijkt uit gegevens van het centraal register inschrijvingen hoger onderwijs (CRIHO). Op een totaal van 298.700 hbo-inschrijvingen zijn 14.613 studenten van buitenlandse komaf. Aan de universiteiten studeren 4.911 allochtonen op een totaal 165.244. In totaal komt het er grofweg op neer dat er voor iedere wo-student twee hbo-studenten zijn, maar dat er bij allochtone studenten sprake is van drie hbo’ers op één wo-student.
Die ‘één op drie’ verhouding is het best zichtbaar onder de Marokkanen. Er gaan meer dan 3000 Marokkanen naar het hbo, terwijl er ‘slechts’ 953 naar de universiteit gaan. Bij Kaapverdianen is de verhouding helemaal scheef: voor iedere universitaire student gaan er in deze bevolkingsgroep liefst vijf studenten naar het hbo (179 hbo’ers tegen 35 universitaire studenten). Onder andere allochtone bevolkingsgroepen zijn de verschillen veel kleiner. De aantallen Turken (2.656 tegen 1.140) en Surinamers (4.698 tegen 2.184) gaan al behoorlijk richting de normale ‘één op twee verhouding’.
Hetzelfde geldt voor studenten met ‘roots’ binnen de EU. Bij Portugezen, Spanjaarden en Italianen is de verhouding steeds één op twee. Alleen studenten van Griekse komaf vormen een uitzondering: met 114 hbo- en 94 wo-studenten is de verhouding daar bijna één op één.
Statistici tasten overigens in het duister over geboorteland en nationaliteit van 10 procent van de studenten. Daardoor is volgens een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs moeilijk te zeggen of het aandeel buitenlandse studenten in het hoger onderwijs dit jaar is gestegen. Tussen 1997 en 1999 was dat op hbo wel het geval, zo blijkt uit cijfers van de HBO-raad. In die periode steeg het aandeel allochtonen op hbo’s van 8,5 procent tot 11 procent. (PH/HOP)

Meer lezen?