Terug naar overzicht

Kamer en Hermans toch nog in harmonie naar onderwijskeurmerk

Zonder slag of stoot zijn minister Hermans en de Tweede Kamer het eens geworden over de invoering van een keurmerk voor hoger onderwijs. Na felle kritiek had de minister zijn plannen zelf al flink aangepast.
Opleidingen in het hoger onderwijs hebben binnenkort een kwaliteitskeurmerk nodig om in aanmerking te komen voor overheidsgeld. Zonder dat stempel krijgen de studenten bovendien geen studiefinanciering en worden hun diploma’s niet wettelijk erkend.
Het nationaal accreditatieorgaan (NAO), dat het keurmerk verstrekt, gaat op aandringen van de Kamer uit slechts één afdeling bestaan. Eerder stelde Hermans voor aparte kamers voor hbo en wetenschappelijk onderwijs op te richten. Vooral universiteitenvereniging VSNU wilde het onderscheid met het hbo zo tot uitdrukking brengen.

Hermans wil het NAO snel oprichten. De keurmeesters moeten zich namelijk met voorrang buigen over de zogenoemde onderzoeksmasteropleidingen van universiteiten. Die mogen, als ze aan de juiste criteria voldoen, een jaar langer duren dan gewone masters.
Vooral over de rol van de overheid bij de toelating en keuring van nieuwe opleidingen was discussie. Hermans wilde hogescholen en universiteiten de ruimte geven in onderling overleg te bepalen wie een nieuwe studie mag aanbieden. De Kamer vreesde dat daardoor een stortvloed aan door het Rijk bekostigde opleidingen zou ontstaan, zodat het onderwijs onbetaalbaar zou worden. Zij wilde dat Hermans de zogenoemde macrodoelmatigheid bewaakt en overtuigde hem zelf het laatste woord te houden.
Tot slot bouwde de Kamer bouwde enkele veiligheidskleppen in de wet. Zo krijgen afgekeurde opleidingen de gelegenheid tekortkomingen recht te zetten, zonder dat ze onmiddellijk zonder geld komen te zitten. (WvD,MvK/HOP)

Meer lezen?