Terug naar overzicht

Bestuursvoorzitter: ‘Hogeschool Brabant zondigde tegen gedragscode’

De Hogeschool Brabant heeft met haar inschrijvingsbeleid de wet niet overtreden. Wel heeft ze in een aantal gevallen gezondigd tegen de gedragscode van de HBO-raad. Dat zegt Harry Koopman, voorzitter van de Raad van Bestuur, vandaag in Impuls, de krant van de Hogeschool Brabant.
Deze week moesten universiteiten, hogescholen en andere instellingen voor beroepsonderwijs vragenlijsten van het ministerie hebben beantwoord over bijzondere inschrijvingen aan hun instelling. De Hogeschool Brabant heeft op verschillende vragen naar het bestaan van verdachte constructies bevestigend geantwoord, maar heeft er commentaar bijgeleverd waarin ze bestrijdt dat die onwettig zijn. Koopman voelt zich daarbij gesteund door het vorige week gepubliceerde rapport Van Lunteren, waarin de minister wordt gewezen op een reeks van hiaten in de regelgeving. Die zouden veel van de constructies wettelijk mogelijk maken.
Tegelijk vindt de bestuursvoorzitter dat de hogeschool de ‘strengere’ gedragscode van de HBO-raad moet volgen, waarin is bepaald een hogeschool dat een substantiële onderwijsprestatie moet leveren aan studenten waarvoor bekostiging wordt gevraagd. Uit het interne accountantsonderzoek dat het bestuur naar de handhaving van die code heeft laten instellen is gebleken, dat de hogeschool zich in een aantal gevallen daar niet aan heeft gehouden, aldus Koopman.
Hij wil op dit moment niet op afzonderlijke gevallen ingaan. Wel heeft hij de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad toegezegd binnenkort het rapport van de accountants vertrouwelijk ter hand te stellen.
Intussen blijft onduidelijkheid bestaan over de toelaatbaarheid van sommige inschrijvingspraktijken. Zo heeft Impuls een constructie bij de opleiding Technische Bedrijfskunde aan het hoofd van de opleiding en de directeur van de Faculteit Techniek & Natuur voorgelegd, waarbij cursisten van post-hbo-cursussen de keuze hadden zich tevens te laten inschrijven bij het reguliere deeltijd-onderwijs. (Overigens wordt de deeltijdopleiding Technische Bedrijfskunde voor anderen dan de deelnemers van de commerciële cursussen feitelijk niet door de Hogeschool Brabant aangeboden.)
De cursisten die ook regulier werden ingeschreven hoefden daarvoor niets extra’s te betalen (het collegegeld werd voor de vorm afgeschreven, maar vervolgens teruggestort), en krijgen hetzelfde onderwijs als hun medecursisten die niet in het reguliere onderwijs zijn ingeschreven. Het verschil voor de dubbel ingeschreven cursisten is, dat zij naast een certificaat voor het afronden van de cursus een propedeusediploma kunnen behalen.
FTN-directeur Geenen denkt dat dit niet met de gedragscode in strijd is, omdat het onderwijs het propedeuseprogramma Technische Bedrijfskunde omvat, en het onderwijs door medewerkers van de FTN wordt verzorgd. Opleidingshoofd De Haas wacht voor zijn oordeel het interne onderzoek af, maar denkt dat de constructie ‘mogelijk op onderdelen in strijd’ is met de code. (FG)

Meer lezen?