Terug naar overzicht

Pijnenburg en Van Boxtel (St. Joost) frissen geheugen van Breda op

Wat heeft de manager van Elvis Presley met Breda te maken? In opdracht van de Stichting Breda 750 zochten René Pijnenburg en Harry van Boxtel uit welke historische figuren in Breda woonden, werkten of zijn geboren.
Pijnenburg en Van Boxtel zijn behalve docent aan de Kunstacademie St. Joost de exploitanten van bureau ‘Hoofdstation’, waarin kunstenaars, ontwerpers en wetenschappers elkaar ontmoeten. Het duo selecteerde 23 illustere namen en vroegen evenzoveel auteurs een artikel te schrijven over die personen. Kunstenaars werden uitgenodigd om hun visie op de historische figuren te visualiseren.
Het geheel vormt de culturele manifestatie ‘Het geheugen van een stad’, die op 13 juli begint. Vorige week kreeg het project definitief groen licht. Doel van de manifestatie is om de 750-jarige geschiedenis van Breda bij een landelijk publiek bekend te maken. De literaire werken worden gebundeld en de kunstwerken worden verspreid over het centrum van de stad geplaatst, zodat iedereen kennis kan maken met onderdelen van de geschiedenis van Breda. De kunstwerken en de totstandkoming ervan worden verzameld in een catalogus.
Het onderzoek naar historische figuren leverde interessante ontdekkingen op. Wie wist bijvoorbeeld dat Colonel Tom Parker, manager van niemand minder dan Elvis Presley, eigenlijk Dries van Kuijk heette en geboren is in Breda? Of dat Bloody Mary – inderdaad, die uit het liedje – Mary Read heet en in Breda een tijdlang een herberg runt? Het zijn leuke wetenswaardigheden die de geschiedenis van Breda aantrekkelijk moeten maken voor een landelijk publiek.
De historische figuren mogen dan illustere namen hebben, de auteurs en kunstenaars die een werkstuk aan hen wijden, zijn vaak niet minder bekend. Zo schrijft Theo van Gogh een verhandeling over de moeder van Vincent van Gogh en wijdt ex-profrenner Peter Winnen een artikel aan oud-wielrenner en ploegleider Kees Pellenaars.
Ook de lijst kunstenaars is indrukwekkend. Bijna zonder uitzondering behoren ze tot de top van
de Nederlandse kunstwereld, zoals Jan van den Dobbelsteen, Tom Claassen en Jan de Bie.
Een lijst waar René Pijnenburg ook om een andere reden trots op is. ‘We hebben geselecteerd op naam en faam en op het vermoeden dat de kunstenaar goed met het onderwerp om kan gaan; tachtig procent van de kunstenaars blijkt zijn roots in de Academie St. Joost te hebben.’ (RL)

Meer lezen?