Terug naar overzicht

Beroepscollege had een jaar nodig voor oordeel over ‘puin’wet

Bijna een jaar heeft het College van Beroep nodig gehad om tot een uitspraak te komen in de beroepszaak over de uitkering van de afstudeersteun. Een HEAO-studente had beroep aangetekend tegen de Hogeschool Brabant omdat ze voor haar studievertraging van 18 maanden slechts zes maanden vergoeding had ontvangen van de hogeschool. De overige twaalf maanden had de studente via verlenging van de Informatie Beheergroep (IBG) uitbetaald gekregen. Geheel terecht, meent het College van Beroep nu.
Het college heeft zo lang over de beslissing gedaan, vanwege de ondoorzichtigheid van een nieuwe regeling per september 2000 voor financiële ondersteuning van studenten. Vroeger was helder waarop een student recht had als hij door bijzondere omstandigheden vertraging opliep. Ook was duidelijk dat de student pas recht had op geld uit het toenmalige afstudeerfonds nadat het recht op studiefinanciering was beëindigd.
Die regel is in de nieuwe wet verdwenen. Sinds de wetswijziging was bovendien niet meer duidelijk of de school het uit te keren bedrag mag aftrekken van een eerdere uitkering van de IBG. Voorzitter Rik Koopman noemde de wet tijdens de beroepszaak ‘puin’.
De Landelijke Organisatie Studentendecanen heeft naar aanleiding van de verwarring eerder dit jaar een brief geschreven aan minister Hermans, waarin om opheldering wordt gevraagd. In maart antwoordde de minister laconiek, dat hij de wet duidelijk vindt: voortaan moeten studiefinanciering en afstudeersteun los van elkaar worden gezien.
Dat antwoord loste weinig op. De hogescholen wisten nog steeds niet hoe de wet moet worden geïnterpreteerd.
Het College van Beroep van de Hogeschool Brabant oordeelt nu, na zich door de wetteksten te hebben geworsteld, dat ‘uit niets’ blijkt dat de wetgever heeft bedoeld dat de student door een studievertraging meer geld kan ontvangen dan hij ‘volgens de norm’, nodig heeft. Die norm is een bedrag dat gelijk is aan de laatst verstrekte studiefinanciering. Ook is het ‘niet goed denkbaar’ dat met een wet studenten met een erkende studievertraging worden bevoordeeld boven de student, voor wie de bijzondere omstandigheden (..) niet gelden, zo schrijft het College van Beroep in zijn beslissing. De regel is ‘vanaf het begin bedoeld geweest als een aanvullende voorziening’.
Met deze uitspraak is meteen duidelijkheid geschapen voor overige hogescholen in het land. Diverse hogescholen waren bang voor controleverlies, doordat onduidelijk was wanneer en hoe de hogeschool het geld moest uitkeren. (MvH)

Meer lezen?