Terug naar overzicht

Interim bij Bouwkunde Den Bosch

De opleiding Bouwkunde van de Hogeschool ’s-Hertogenbosch krijgt de komende periode een interim-directeur. Jos Brand, momenteel interim-directeur bij de Academie voor Marketing en Internationaal Management, wordt toegevoegd aan de directie van de Academie voor Bouwkunde en Civiele Techniek.

Brand begint per 1 juni en is maximaal voor een half jaar aangesteld. Hij moet het proces naar de accreditatie, dat de kwaliteit van de opleiding doorlicht, op de rails zetten. Dit heeft de Raad van Bestuur besloten, nadat de directie te kennen heeft gegeven geen oplossing te weten voor de problemen bij Bouwkunde. De academiedirecteuren Paul Merks en Marius Wijnakker staan achter het besluit van de Raad van bestuur.
Tussen de academiedirectie en een deel van het docententeam van Bouwkunde is een vertrouwenscrisis gegroeid die ertoe leidt dat de ontwikkeling van de opleiding stagneert. Met het oog op de naderende accreditatie in 2004 zou dit funest kunnen zijn. ‘Als de situatie bij Bouwkunde niet verbetert dan zal de opleiding niet voldoen aan de kwaliteitscriteria van de accreditatie’, zegt directeur Merks. Dit zou kunnen leiden tot opheffing van de opleiding. ‘Er is een doorbraak nodig om de boel vlot te trekken en weer schwung in de club te krijgen’, stelt directeur Wijnakker. Er moet veel werk verzet worden in de ontwikkeling van de opleiding naar de accreditatie toe. Dat moet met het docententeam bereikt worden. Daar moet animo voor zijn. Dat gaat niet hard genoeg.’
Verschillende zegslieden stellen dat er vanaf de vorming van de Academie voor Bouwkunde en Civiele Techniek, waarbij de twee opleidingen zijn samengevoegd, wantrouwen is ontstaan tussen het docententeam van Bouwkunde en de directie. Met name de manier van leidinggeven van directeur Paul Merks, voormalig opleidingshoofd Civiele Techniek, zou niet goed bij de Bouwkundedocenten vallen. Hij zou beslissingen nemen zonder adequaat overleg te voeren en zodoende weinig draagvlak creëren. ‘Je hebt het gevoel dat je een werkpaard bent dat taken moet uitvoeren. Er is geen overleg. Je hebt maar te doen. Je hebt niks te zeggen’, meent docent en academieraadslid John Reuvers.
Ter illustratie wordt de lancering van het nieuwe Onderwijs- en Examenreglement (OER) genoemd. Deze regeling werd begin van het studiejaar op intranet geplaatst zonder dat de Opleidingscommissie het had besproken. Deze keurde het stuk later af, waarna het door de directie werd ingetrokken.
Volgens Merks is dit een eenzijdige voorstelling van zaken. De directie als geheel heeft getracht op verschillende fronten verbetering van de kwaliteit te bewerkstelligen. ‘Dat is niet gelukt. En aangezien onderwijs en kwaliteitszorg in mijn portefeuille zitten, ligt hier een spanningsveld’, zegt hij. ‘De hoofdoorzaak van het mislukken ervan is dat de docenten denken dat het een goede opleiding is, terwijl bijvoorbeeld de rendementen bij de studenten laag is. De afgelopen jaren is daar geen verbetering bij opgetreden. Het team heeft te weinig gekeken naar wat er in de buitenwereld gebeurt.’
Marius Wijnakker: ‘De docentengroep had zich misschien anders op moeten stellen. Paul had dingen misschien anders kunnen doen en ik had wellicht anders kunnen opereren. Daar waar iets aan de hand is, dragen alle partijen aan bij.’ (GR)

Meer lezen?