Terug naar overzicht

Bredase Accountancy-opleiding ‘top’

De Accountancy-opleidingen hebben flinke kritiek gekregen in een visitatierapport van de HBO-raad. Modernisering van de studie staat in de kinderschoenen en het rendement van de opleiding is te laag.
De voltijdopleiding Accountancy (AC) van de Hogeschool Brabant komt er opvallend goed af. Zaken als het beroepsbeeld, de toetsing en de kwaliteitsbewaking zijn in orde. Ook de structuur van de opleiding en het contact met het werkveld zijn voldoende.
Minder te spreken is de visitatiecommissie over het rendement. De uitval is veel te hoog. Toch scoort de Hogeschool Brabant nog bovengemiddeld: na vijf jaar heeft vijftig procent van de studenten zijn diploma. Opleidingshoofd Hans van Oostrum erkent het probleem van het lage rendement. ‘De eerste drie jaar van de opleiding volgen de studenten Probleem Gestuurd Onderwijs (PGO), het vierde jaar volgen ze vakgericht onderwijs, in verband met de landelijke examens. Voor studenten is dat een hele omslag. De manier van examineren past niet bij de eerste drie jaar. Daardoor is het rendement lager.’
Om de uitval te beperken, worden AC-studenten intensief begeleid. ‘We zitten er bovenop. Als studenten uitvallen na hun tentamen, komen ze meteen op gesprek bij de studiebegeleider.’
Op de deeltijdopleiding en op de duale opleiding is meer aan te merken. Beide opleidingen hebben problemen met de samenhang van de studie. Daarnaast laat de toetsing te wensen over. Ook de eindtermen van de opleidingen zijn niet voldoende voor een gedegen voorbereiding op de beroepspraktijk.
De problemen van de Accountancy-opleidingen worden deels veroorzaakt door de houdgreep waarin de landelijke examenbureaus de accountantsopleidingen (Accountant-Administratie en Register Accountant) houden. Beide studies hebben een ‘status-aparte’: wie accountant wil worden, moet na de zwaar op theorie leunende hbo-opleiding nog een paar jaar meedraaien in de beroepspraktijk.
Pas aan het einde van dat traject komt een student in aanmerking voor inschrijving in een accountantsregister en is zijn studie voltooid. De kaders waarbinnen dat theorieonderwijs wordt gegeven, worden scherp in de gaten gehouden door examenbureaus die de opleidingen hun goedkeuring hebben gegeven.
De AA- en RA-opleidingen worden gedomineerd door de landelijke toetsing, waardoor hogescholen hun opleiding moeilijk een eigen gezicht kunnen geven.
De oorzaken van het zware commissieoordeel liggen niet alleen bij het landelijk kader. Zo constateert de commissie dat het afstudeerrendement van de Accountant-Administratie onaanvaardbaar laag is. Slechts 36 procent van de studenten voltooit de opleiding in vijf jaar. Volgens de commissie lopen de oorzaken hiervoor uiteen, ‘maar een degelijke analyse van de problematiek door de opleidingen’ is zij niet tegengekomen.
Hierbij blijft het niet: volgens de visitatiecommissie heeft het gros van de accountancyopleidingen in Nederland geen eindtermen of eindtermen die onvoldoende relevant zijn met het oog op de beroepsvoorbereiding.
In een poging een einde aan de malaise te maken, doet de visitatiecommissie een aantal suggesties. Zo moeten de opleidingen de ruimte krijgen zichzelf verder te ontwikkelen. Minder landelijke regels, meer eigen verantwoordelijkheid over de opleiding. Het aantal landelijke toetsen moet worden teruggebracht, want die waslijst is volgens de commissie niet goed voor het competentiegericht onderwijs, dat een moderne hbo-opleiding voor ogen moet hebben. (TdO/HOP,SW)

Meer lezen?