Terug naar overzicht

Kamer slikt onderwijsbezuinigingen

Universiteiten en hogescholen hoeven er niet op te rekenen dat de Tweede Kamer een stokje gaat steken voor de bezuiniging op het hoger onderwijs. Dat is de voorlopige conclusie na de algemene beschouwingen.
De beoogde korting op de instellingen, oplopend tot 143 miljoen euro per jaar in 2006, geniet de steun van een ruime kamermeerderheid. Coalitiepartners CDA, LPF en VVD zeiden er geen woord over, en lijken de seinen daarmee op groen te zetten. PvdA, GroenLinks, SP en D66 spraken zich uit tegen de bezuiniging.
De linkervleugel bezigde harde woorden. Het kabinet snijdt volgens GroenLinks ‘visieloos’ in het hoger onderwijs. En dat terwijl dáár juist de leraren, rechters en dokters van de toekomst worden opgeleid, aldus de PvdA. Als het kabinet zonodig moet snijden, zegt D66, dan moet dat maar in het ministerie van Onderwijs.
De linkse partijen en de Christenunie vroegen meer geld voor het onderwijs. Hoeveel daarvan naar universiteiten, hogescholen of studenten moet, bleef onduidelijk. De meeste kamerfracties maken zich vooral zorgen om het basis- en middelbaar onderwijs. De partijen deden in elk geval geen voorstellen om aparte bedragen voor het hoger onderwijs te reserveren.
De plannen van D66 zijn nog het duidelijkst. Die partij wil 350 miljoen euro uittrekken, onder meer voor studentenhuisvesting, bevriezing van collegegelden en meer ruimte voor de wetenschap. Uit diezelfde pot zou echter ook geld moeten komen voor kleinere en zelfstandige scholen, en betere arbeidsvoorwaarden voor leraren.
Steun kreeg het kabinet van Fred Teeven, de voorman van tweemansfractie Leefbaar Nederland. Tenminste, ‘als die [bezuiniging] ertoe leidt dat universiteiten zich moeten gaan specialiseren in de studierichtingen waar ze nationaal en internationaal in uitblinken’. Precies wat staatssecretaris Nijs (VVD) voor ogen heeft.
De SP richtte haar pijlen op de kabinetsplannen voor collegegelddifferentiatie (‘wat een woord!’). Collegegelden tot vijf keer de huidige bijna veertienhonderd euro zouden leiden tot tweedeling tussen studenten met arme en met rijke ouders. Selectie van studenten voor de zogeheten topmasters is voor de socialisten evenmin bespreekbaar.
Regeringspartij CDA steunt de collegegelddifferentiatie en de selectie wel, maar met minder enthousiasme dan staatssecretaris Nijs. De liberale bewindsvrouw stelt als enige voorwaarde een ‘evidente meerwaarde’ van een opleiding, de christen-democraten gaan alleen akkoord in ‘uitzonderlijke gevallen’ en onder ‘strikte criteria’.
Het CDA leverde ook een bijdrage aan de door Nijs gewenste discussie over ‘wat van de overheid mag worden verwacht, wat de instellingen kunnen betalen en wat studenten kunnen bijdragen’. ‘De overheid blijft voor honderd procent verantwoordelijk voor de bekostiging van het eindniveau van hbo [bachelor] en wo [master].’ (PH/HOP)

Meer lezen?