Terug naar overzicht

Beroepsonderwijs wil weer meer geld van kabinet

Tienduizend nieuwe leerwerk- en stageplekken in het beroepsonderwijs. Betere doorstroming van mbo naar hbo. Minder uitval. Meer ‘hbo-hoogleraren’. En meer investeringen in gebouwen, apparatuur en betere arbeidsvoorwaarden.
Het zijn maar een paar punten uit een stuk waarmee het Platform Beroepsonderwijs de stellingen voor de formatieperiode na de verkiezingen van 22 januari heeft betrokken.
Aan duidelijkheid geen gebrek in de boodschap van het samenwerkingsverband van koepelorganisaties in het beroepsonderwijs, waaronder de HBO-raad. De overheid geeft volstrekt onvoldoende geld om de doorstroming van vmbo naar mbo en van mbo naar hbo te verbeteren.
Overigens is er niet één sector in het onderwijs die zich niet misdeeld voelt door opeenvolgende kabinetten. Wel heeft het beroepsonderwijs een troef in handen. Verbetering van aansluiting en doorstroming in het beroepsonderwijs staat hoog op de politieke agenda. Denk aan de integratie van allochtonen: die lukt veel beter als er genoeg werk voor de medelanders is.
Bovendien voorzien de leerlingen die het einde van het traject halen (hbo-diploma) in de behoefte aan kenniswerkers. Als ze tenminste die eindstreep halen, want de uitval in de sector is veel te hoog.
Speciaal voor de ‘koninklijke route’ vmbo-mbo-hbo krijgt de sector sinds 2002 jaarlijks 135 miljoen euro. Daar komt nog eens 10 miljoen per jaar bij voor innovatieprojecten. Ook het zittende kabinet verwacht veel heil van wat in bestuursjargon ‘de beroepskolom’ heet.
Versterking daarvan geldt als één van de vijf belangrijkste doelen voor het lopende begrotingsjaar. Maar meer geld werd er niet meer voor uitgetrokken. Zo wordt het volgens de sector beroepsonderwijs bijvoorbeeld onmogelijk om de beoogde daling van de schooluitval met dertig procent te realiseren. (PH/HOP)

Meer lezen?