Terug naar overzicht

“‘Dwang is slecht voor integratie’”

‘Gedwongen taallessen en inburgeringscursussen voor allochtonen werken niet.’ Prof. Sander Griffioen van de Vrije Universiteit en prof. Machiel Karskens van de Katholieke Universiteit Nijmegen hekelden het huidige overheidsbeleid tijdens de multiculturele studiedag van de Academie voor Gedrag & Maatschappij aan de Hogeschool ’s-Hertogenbosch.
‘Als mensen niet onder druk staan, zullen ze vanzelf de taal leren die ze nodig hebben in het land waar ze leven. Misschien dat de eerste generatie immigranten uitsluitend de taal uit het land van herkomst blijft spreken, maar dat lost zich binnen een paar generaties op.’ Prof. Sander Griffioen, hoogleraar sociale wijsbegeerte en geschiedfilosofie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, is een fel tegenstander van dwang. ‘De mentale dwang op allochtonen om de Nederlandse taal te leren is al jaren groot. Dat leidt alleen maar tot onaangepastheid. Mensen trekken zich terug in hun eigen thuis.’
Ook prof. Karskens, hoogleraar sociale en politieke wijsbegeerte aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en decaan van de faculteit Wijsbegeerte, is tegen dwang. ‘Gedwongen taallessen en inburgeringscursussen voor allochtonen werken niet. Wat dat betreft is de overheid verkeerd bezig.’
Volgens zijn collega-hoogleraar Griffioen hebben mensen van nature een geweldig aanpassingsvermogen. ‘Natuurlijk nemen mensen altijd iets van hun eigen cultuur mee naar nieuwe omgevingen, maar in het algemeen worden culturen overschat. Als kind leven we in een kleine beschermde cultuur, maar naarmate we ouder worden speelt ons leven zich steeds meer af in internationale sectoren. Kijk maar naar de wereld van de computers, de banken en de wetenschap. Dat laat zien dat mensen zich geweldig kunnen aanpassen.’
De overheid duwt mensen te snel terug in een cultureel hokje, meent Griffioen. ‘In Twente leven Syrische christenen die contact zoeken met de Nederlandse protestantse kerken, omdat ze zich daarmee verwant voelen. Door de gemeente worden ze behandeld als een Syrische minderheid, terwijl ze in Syrië vlak bij de Irakese grens woonden. Die grenzen zijn een toevallig gegeven.’ De gemeente gaat te veel uit van een statische cultuur, meent Griffioen. ‘Dat is een restant van het nationalisme van de laatste honderd jaar.’
Griffioen noemt de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens ‘de grootste verworvenheid van de afgelopen eeuw. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens beschermt de verschillen tussen mensen. Die rechten zijn niet cultuurgebonden of Westers. Dissidenten in Azië zijn de eersten om dat bestrijden. Als Azië niet in contact had gestaan met het Westen, dan waren ze er zelf ook op gekomen.’
Griffioen behoort tot de universalisten (monoculturalisten), die een samenleving voorstaan waar men zoveel mogelijk streeft naar algemeen geldende waarden. Alles wat afwijkt van de ‘universele’ cultuur hoort thuis in de particuliere sfeer.
Machiel Karskens was uitgenodigd als vertegenwoordiger van de stroming cultuurrelativisten (multicultaristen). Die stellen dat menselijk gedrag alleen in de context van de betreffende cultuur begrepen en beoordeeld kan worden. Karskens zelf nuanceerde dat etiket. Hij vindt namelijk niet dat cultuurverschillen de discussie over gedrag mogen verhinderen. ‘Mensen moeten zich realiseren dat cultuur altijd en overal aanwezig is en die culturen botsen met elkaar. Dan moeten we niet denken: och, we lopen wel om elkaar heen. We moeten altijd strijdbaar zijn, met elkaar in debat gaan. De overheid moet zorgen voor dat debat en voor informatie om de vele vooroordelen weg te nemen.’ (MS)

Meer lezen?