Terug naar overzicht

Hoger onderwijs houdt de adem in

Het collegegeld omhoog. Studiefinanciering in de vorm van een lening. De OV-kaart voor studenten afgeschaft. Een maximale leeftijd voor deelname aan gesubsidieerd onderwijs. Alle masteropleidingen voor rekening van de student. En geen subsidie meer voor Nederlandse studenten over de grens. Ziedaar een lijst van mogelijke bezuinigingen die Haage topambtenaren aan de informateurs hebben voorgelegd.

Bezuinigingen op het hoger onderwijs hangen al bijna een jaar boven de markt. Het protest tegen de ingrepen, die het CDA-VVD-LPF-kabinet aankondigde, culmineerde op 12 november in een breed gedragen demonstratie in Amsterdam, waar studentenvakbonden, onderwijsvakorganisaties, onderwijsinstellingen en politieke partijen aan deelnamen. De uitkomst van het protest bleef ongewis als gevolg van de val van het kabinet.
Sinds de PvdA terug is op het politieke toneel zou men wellicht hoop koesteren op een ommekeer, want ook de PvdA liet in november een ferm nee tegen de plannen horen. Maar zal het tij werkelijk keren als het tot een CDA-PvdA-coalitie komt?
De aanhoudende sombere berichten over de oplopende staatsschuld waren al een veeg teken. En de nieuwste berichten uit het ambtelijk circuit doen het hoger onderwijs de adem inhouden. Ambtenaren van zes ministeries, die de Centrale Economische Commissie (CEC) vormen, hebben een verdubbeling van het collegegeld tot 2900 euro voorgesteld. Samen met de omzetting van de studiefinanciering van gift naar lening zou jaarlijks 700 miljoen euro kunnen worden ‘gevonden’. Bij het ministerie van Financiën hebben ambtenaren bovenop die maatregelen nog meer kortingen in de bekostiging van het hoger onderwijs bedacht, die 1,9 miljard euro per jaar kunnen opleveren.

Of een PvdA-deelname aan het nieuwe kabinet de voorgestelde ingrepen zal voorkomen, moet worden betwijfeld. In de teruglopende economie en het spel van geven en nemen met de coalitiepartner zal Wouter Bos ongetwijfeld een legitimering zien om ‘onpopulaire maatregelen’ alsnog voor zijn rekening te nemen.
Daarbij komt dat het monsterverbond tussen hoger-onderwijskoepels en studentenorganisaties van 12 november scheuren vertoont. Vast staat, dat de voorzitter van de HBO-raad Frans Leijnse – grote afwezige op 12 november – ondanks alles voorstander is van de verafschuwde collegegelddifferentiatie. Hij schreef daarover op prinsjesdag een vlammend betoog in de Volskrant. Inmiddels is uitgerekend Leijnse informateur voor de PvdA.
De universiteitskoepel VSNU sprak zich tijdens de november-manifestatie bij monde van zijn voorzitter Ed d’Hondt (ook PvdA) wél tegen collegegelddifferentiatie uit. Maar toen Norbert Verbraak, bestuursvoorzitter van Fontys hogescholen, bij zijn nieuwjaarsspeech pleitte voor collegegelddifferentiatie langs de weg van liberalisering van tarieven, luidde het commentaar van de VSNU niet, dat zo’n plan uit den boze was, maar dat het moment om het voor te stellen verkeerd was gekozen. En om de cirkel rond te maken: uitgerekend Verbraak zit tijdelijk op de voorzittersstoel van de HBO-raad, zolang Leijnse zich met de landspolitiek bemoeit.

Het moet ook de studentenvakbonden LSVb en ISO zijn opgevallen, dat de HBO-raad en de VSNU in hun publicaties rond de kabinetsformatie de onderwerpen collegegelden en studiefinanciering vermijden. Wanneer verdere kortingen op het hoger onderwijs straks ‘onvermijdelijk’ blijken, zal voor de HBO-raad en de VSNU het hemd al gauw nader dan de rok zijn. De verleiding zal groot worden om bezuinigingen af te wentelen op de klanten van het hoger onderwijs, en zich neer te leggen bij hogere collegegelden en ingrepen in de studiefinanciering.
De studentenbonden kunnen hun borst nat maken. (FG)

Meer lezen?