Terug naar overzicht

LSVb was in augustus nog vóór ‘sociaal leenstelsel’

De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) zette zich twee weken geleden boos af tegen PvdA-plannen voor een ‘sociaal leenstelsel’. Maar in augustus toonde LSVb-voorzitter Noortje van der Meij zich nog uiterst enthousiast over soortgelijke voorstellen van het Centraal Planbureau (CPB). De studentenbond heeft iets uit te leggen.
Aanleiding voor de boosheid van de LSVb was de mededeling van Jacques Tichelaar van de PvdA, dat hij samen met de studentenbond een sociaal leenstelsel wilde uitwerken. Maar de LSVb wilde zich niet voor de bezuingingskarretje van de PvdA laten spannen, en verklaarde via een persbericht: ‘De LSVb is voor een toegankelijk studiefinancieringsstelsel, maar heeft zich altijd tegen een leenstelsel verklaard.’
Dat klonk vreemd. Want onderscheidde de ‘linkse’ LSVb zich juist hierin niet van die andere studentenbond, het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO), dat ze naar een socialer systeem van studiefinanciering wilde? Een bezwaar tegen het huidige stelsel, waarin met name GroenLinks en PvdA de LSVb altijd aan hun zijde vonden, is, dat de belastingbijdragen van de gewone man worden ingezet om de riante inkomens van academici voor te financieren. Vandaar het denken over alternatieven als ‘sociaal leenstelssel’ of ‘academicibelasting’. Veel eerlijker, en bovendien doeltreffend omdat ze een aantal voordelen tegelijk opleveren.
Wat die alternatieven gemeen hebben is, dat de kosten om te studeren met inbegrip van het collegegeld pas later, tijdens de loopbaan, behoeven te worden betaald. Zo blijft het hoger onderwijs voor iedereen toegankelijk, en zijn studenten toch onafhankelijk van bijbaantjes en bijdragen door ouders. Een ander effect is, dat de kosten worden afgewenteld op degene die er persoonlijk het meeste baat bij heeft, namelijk de afgestudeerde zelf. Voor hem of haar is dat misschien een nadeel, maar maatschappelijk is dat vanuit ‘links’ bezien juist een voordeel, omdat zo een eind wordt gemaakt aan ‘subsidiëring van rijk door arm’.
Bijkomend voordeel voor de overheid is dat het een besparing voor de schatkist oplevert, door het CPB onlangs becijferd op 3,2 miljard euro. Of het academicibelasting moet zijn of een leenstelsel, vindt het CPB een kwestie van techniek, en dus bijzaak. In het ene geval wordt afgerekend via de fiscus, in het andere geval via een loket als de Informatie Beheergroep (IBG).

De LSVb reageerde in augustus, geheel in de lijn met wat men eerder had uitgedragen, positief. Voorzitter Noortje van der Meij had een voorkeur voor de taksvariant, en verklaarde voor het overige tegenover het Hoger Onderwijs Persbureau (HOP): ‘Doordat studenten geen collegegeld moeten betalen tijdens hun studie maar pas achteraf, wordt een belangrijke drempel weggenomen. Als studenten tijdens hun studie een goede lening krijgen, hoeven ze naast hun opleiding niet te werken, waardoor ze meer tijd hebben om te studeren. Tenslotte maakt de taks het mogelijk dat studenten die financieel het meeste voordeel hebben van hun opleiding, verhoudingsgewijs het meeste betalen. Het is dus een prima systeem.’

Het vertrouwen van Tichelaar twee weken geleden, om hierover met de LSVb verder te kunnen praten, was tegen deze achtergrond niet geheel uit de lucht gegrepen. Wat is er sinds augustus veranderd, dat de LSVb nu zo’n draai maakt?
Noortje van der Meij: ‘Het is een beetje een moeilijk verhaal. Er worden allerlei verschillende dingen onder sociaal leenstelsel verstaan. Het gaat om de condities waaronder het wordt ingevoerd. Wij zijn voor studietaks, maar niet als het wordt aangegrepen om te bezuinigen.’
Van de Meij legt nog even de hoofdzaken in de LSVb-variant uit. ‘In ons stelsel zijn de kosten voor levensonderhoud gift. Daarnaast zijn er kosten voor de studie zelf. Die worden momenteel voor éénvijfde in de vorm van collegegeld door de student betaald en voor de rest door de overheid. Wij vinden dat die 20 procent voor rekening van de student moet blijven, maar dat hij die pas achteraf hoeft te betalen.’
In

Meer lezen?