Terug naar overzicht

Nieuwe specialisatie: Bioinformatica

De Faculteit Techniek & Natuur (FTN) start per september de nieuwe specialisatie Bioinformatica. Bioinformatica is een nieuw vakgebied dat ontstaan is op het grensvlak van de biologie en de informatica.
De FTN volgt daarmee een landelijke trend. Groningen is vorig jaar met een opleiding begonnen. Leiden, Nijmegen, Enschede en Etten-Leur volgen in september. In de laatste twee plaatsen is Bioinformatica een afstudeerrichting.
Met deze specialisatie sluit de FTN aan op het werkveld waar een enorme behoefte is ontstaan aan bioinformatici. De laatste jaren is er heel veel informatie beschikbaar gekomen over het DNA van de mens en van andere organismen zoals planten en dieren, maar ook over eiwitten die door dit DNA worden gecodeerd. ‘In theorie zijn alle genen bekend, maar je hebt er niets aan als je ze niet met elkaar kunt vergelijken of ze een functie kunt toekennen. Je hebt een computer en nieuwe software nodig om alle gegevens op te slaan, te vergelijken en te analyseren’, legt Annemiek Wilmink, docent Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek, uit.
Een andere nieuwe ontwikkeling zijn de DNA-chips waarmee je tegelijkertijd duizenden experimenten met genen kunt doen. ‘Vroeger experimenteerde je per gen en per eiwit. Dan kwam je stapje voor stapje verder. Dat is een hele andere manier van werken.’ Studenten leren vandaag de dag trends en interacties tussen genen en eiwitten te analyseren. ‘Eerst ging het om detail. Tegenwoordig om het patroon’, vat Wilmink samen.
Inhoudelijk lijkt Bioinformatica veel op Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek in Etten-Leur. Alleen het ‘gereedschap’ is anders. Niet het laboratorium maar de computer is het belangrijkste hulpmiddel. Nog steeds worden voor deze studie veel elementen uit de opleidingen Chemie en Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek gebruikt. ‘Je wordt niet een echte informaticus zoals bij een bank. De mens en zijn gezondheid blijven in dit vakgebied centraal staan. De computer is alleen een hulpmidel bij het oplossen van een probleem.’
Een bioinfomaticus zoekt ondermeer naar genen voor een erfelijke ziekte of doet onderzoek naar de juiste medicijnen voor een bepaalde aandoening. Daarnaast onderzoekt hij bijvoorbeeld een bacterie die afvalwater kan zuiveren of een voedselgewas dat in droge gebieden kan groeien. Een bioinformaticus gebruikt en ontwerpt software om de juiste informatie uit de databanken te halen. Daarom moet een bioinformaticus veel weten van de werking van DNA en eiwitten in cellen. Kennis over software is daarbij onontbeerlijk.
De specialisatie begint al meteen in het eerste jaar waar studenten een keuze maken tussen het laboratorium of de computer. Bij Bioinformatica bestaat vijftig procent van de aangeboden vakken uit informatica. Een deel van de informaticavakken wordt door de Academie voor ICT & Management in Breda verzorgd. De bioinformaticavakken zoals de biosoftware en het vergelijken van genen en eiwitten doen de docenten uit Etten-Leur zelf. Het is de bedoeling dat met de verhuizing van Etten-Leur naar Breda ook de nieuwe specialisatie van start gaat, anders zouden studenten teveel op en neer moeten reizen. De afstudeerrichting duurt vier jaar, maar na tweeënhalf jaar gaan studenten voor een stage en afstudeeropdracht in een bedrijf werken.
Wilmink hoopt met deze specialisatie een nieuwe groep studenten aan te trekkken. Volgens onderzoek zijn veel scholieren geïnteresseerd in biologie, maar een toekomst in het laboratorium trekt de meesten niet. ‘Er bestaat nog altijd het beeld van een laborant in een witte jas die helemaal alleen in het lab werkt. Dat beeld klopt niet. Je werkt altijd binnen een groep en bent bezig gezamenlijk een puzzel, een raadsel op te lossen.’ (CB)

Meer lezen?