Terug naar overzicht

Internationalisering ook voor thuisblijver

Niet iedere student kan of wil een paar maanden voor zijn studie in het buitenland vertoeven. Om die studenten toch in contact te brengen met andere culturen bedacht Grazyna Mielech, coördinator Ruimtelijk Ontwerp aan de Academie St. Joost voor haar studenten een programma: Internationalisering @ home. In dat project werken studenten uit verschillende landen aan hetzelfde thema met een maatschappelijke relevantie, zoals de leegstand van kerken, het thema van dit jaar.
‘Elke grote stad krijgt daarmee te maken’, zegt Mielech. ‘Vanuit de verschillende sociale, culturele en maatschappelijke achtergronden wordt het probleem anders benaderd. Daar ontstaat dan discussie over. Studenten leren hun standpunt duidelijk maken aan iemand die vanuit een andere richting denkt.’ Ook krijgen studenten inzicht in de kennis en expertise in landen buiten Nederland. De horizon van studenten wordt verbreed zonder dat de student daarvoor fysiek op reis is geweest. Aan het einde van het project worden de ontwerpen geëxposeerd en komen de studenten uit de drie landen bij elkaar.
‘Per jaar vertrekken maar een paar studenten naar het buitenland’, zegt Mielech. ‘Mijn ervaring is dat de afdeling zelf weinig baat heeft bij deze individuele reizen. De student zelf ontwikkelt zich op taalkundig gebied, verbreedt de horizon en wordt zelfstandiger. Al die moeite om een student naar het buitenland te krijgen, levert weinig rendement voor de opleiding op’, meent Mielech.
Mielech zocht daarom contact met een tweetal ontwerpopleidingen in het buitenland: het Leeds College of Art & Design en de Katholieke Hogeschool Mechelen. Inmiddels zijn er ook contacten gelegd met een opleiding in Magdeburg. Met deze landen vindt ook uitwisseling van studenten plaats. ‘We laten de studenten bewust in groepen werken zodat ze gedwongen worden met studenten uit het buitenland te discussiëren.’
Voor het internationaliseringsproject is gekozen voor landen die geografisch en taalkundig dicht bij Nederland liggen. De exotische landen zoals Spanje en Italië zijn weliswaar erg in trek bij studenten, maar gezamenlijke projecten zijn volgens Mielech bijna niet realiseerbaar. ‘In Italië beginnen de scholen pas in november, dan zijn wij al klaar met ons eerste kwartaal.’ Ook de taal kan een probleem zijn. Het Engels wordt in die landen maar mondjesmaat gebruikt. Studenten kunnen daardoor geïsoleerd raken. ‘Het is dus moeilijk deze academies bij het programma te betrekken.’
België is bijvoorbeeld helemaal niet populair bij studenten. Het is te dicht bij huis, zegt Mielech. ‘Studenten denken dat er weinig verschil is tussen beide landen en daarom niet interessant.’ Toch zijn er wezenlijke verschillen tussen de buurlanden. ‘Studenten aan St. Joost worden conceptueel opgeleid. Zij gaan in de praktijk leiding geven aan mensen die de concepten uitvoeren. Belgische studenten daarentegen leren opdrachten uit te voeren.’
In Frankrijk staat het beroep in lager aanzien dan in Nederland. ‘In ons land is een interieur architect in het bouwproces een gelijkwaardige partner van de architect. Bovendien is het een beschermde titel. Het heeft aanzien. In Frankrijk staat hetzelfde beroep gelijk aan decorateur, iemand die dingen aankleedt.’
Culturele verschillen zijn ook zichtbaar in kleur, vorm en materiaal. Mensen uit het zuiden worden geconfronteerd met klimatologische problemen’, geeft Mielech als voorbeeld. ‘Zij proberen de zon zoveel mogelijk uit huis te houden, terwijl in Nederland de zon zoveel mogelijk naar binnen wordt gehaald. Dat verschil heeft zijn weerslag in het ruimtelijk ontwerp.’
Mielech vindt dat elke afdeling van de kunstacademie aan I@home zou moeten doen. ‘Voor de verdraagzaamheid is het goed om met andere culturen in contact te komen. Op die manier kunnen studenten zich inleven in andere ontwerpbehoeftes. Daardoor kun je je eigen standpunt beter profileren, beter nog dan binnen een groep die hetzelfde standpunt heeft. Je moet aan een Spanjaard kunnen uitleggen waarom jouw ont

Meer lezen?