Terug naar overzicht

Keurmeesters aan de slag, met losse eindjes

De Nederlandse Accreditatie Organisatie (NAO) mag na maanden voorbereiding haar werk gaan doen: opleidingen beoordelen. Staatssecretaris Nijs heeft haar fiat gegeven aan de plannen van de keurmeesters. Ondanks kritiek van de Kamer.

De komende jaren moeten alle door de overheid bekostigde wo- en hbo-opleidingen bewijzen dat ze voldoende kwaliteit leveren. Door de invoering van het keurmerk wil het Nederlandse hoger onderwijs meer (internationale) studenten trekken. Met dat goedkeuringsstempel kunnen de opleidingen in principe zes jaar vooruit.
Het startschot van Nijs betekent een breuk in bijna twee decennia kwaliteitszorg voor het hoger onderwijs. Tot nu toe hadden opleidingen niks te vrezen zolang ze niets hoorden van de Onderwijsinspectie. Nu wordt dat andersom: geen expliciete goedkeuring, geen geld.

Er zitten nog wel wat losse eindjes aan de plannen van de NAO. Bij nader inzien is die termijn van zes jaar te lang voor de eenjarige masters, vinden studentenbond ISO en staatssecretaris Nijs. Want als er op zo’n opleiding ongelukken gebeuren, zullen hele jaargangen studenten de studie doorlopen zonder dat de kwaliteitsproblemen zijn aangepakt.
Dus moet de NAO die opleidingen intensiever volgen, zegt Nijs. Hetzelfde geldt voor nieuwe studies. Die zijn kwetsbaarder, omdat de organisatie nog maar net staat. De oplossing van de keurmeesters voor dit probleem is nog niet bekend. Maar Nijs besloot daar niet op te wachten.

Bij de recente behandeling van de plannen door de Kamer fronsten de linkse fracties hun wenkbrauwen, omdat de opleidingen zelf hun visiterende instantie mogen uitkiezen. Zo’n club speelt een belangrijke rol, want het visitatierapport wordt de basis van de beoordeling door de NAO.
Dat riep bij links vragen op. Hoe zit het met de onafhankelijkheid van de oordelen? Hoe serieus is die kwaliteitstoets dan nog? En, zo wilde het CDA weten, hoe vergelijkbaar worden die keurmerken dan eigenlijk?

‘Het is de taak van de NAO om te zorgen dat verschillende manier van beoordelen door de vbi’s (visiterende instanties) niet leiden tot verschillende kwaliteitsoordelen bij de accreditatie’, antwoordde Nijs. En daar moest de Kamer het mee doen, omdat de NAO een autonome positie heeft.
Bovendien heeft Nijs haast. Tussen voorjaar 2004 en eind 2008 moet het overgrote deel van de opleidingen zijn gekeurd. Nu al dreigt een stuwmeer aan accreditatieverzoeken. Meer kamerbreed overleg leidt alleen maar tot meer tijdnood. En dat is ook vervelend voor opleidingen, die dan niet weten waar ze aan toe zijn.
Dus bespreekt de inmiddels weer missionaire staatssecretaris de plannen tête-à-tête met NAO-voorzitter Loek Vredevoogd. ‘Een uniek moment in de democratie’, sneerde PvdA’er Jacques Tichelaar tijdens het debat. (PH/HOP)

Meer lezen?