Terug naar overzicht

Uitval hbo loopt op

Steeds meer hbo-studenten haken voortijdig af. Schommelde de uitval in de propedeuse jarenlang rond de zeventien procent, sinds 1997 is dat cijfer langzaam maar zeker gestegen naar 21,5 procent voor de instromers uit 2001. Dat blijkt uit cijfers van de HBO-raad.
De uitvalcijfers over een langere periode na het begin van de studie beginnen ook een stijging te vertonen. Van het ‘cohort’ (instroomjaar) 1997 is na vijf jaar 29,1 procent afgehaakt. Van cohort 1999 is in het derde jaar al ruim dertig procent gestopt.

Voorlichter Ina Bakker van de HBO-raad wijt de toenemende uitval onder andere aan het bindend studieadvies. ‘Ook de beperkte duur van de studiefinanciering heeft invloed, evenals de toegenomen populariteit van de hbo-route naar de universiteit.’ Bakker wijst er verder op dat overstappers naar andere hbo-opleidingen ook als uitvallers tellen.

De rendementscijfers geven overigens slechts een kwantitatief beeld. De inspectie van het onderwijs uitte onlangs in het onderwijsverslag over 2002 stevige kritiek op de kwaliteitsbewaking van de hbo-opleidingen. ‘Opleidingen moeten niet alleen zicht hebben op het gerealiseerde eindniveau. Zij moeten ook nagaan of eenmaal afgestudeerde studenten adequaat functioneren in de arbeidspraktijk en geen kennis of vaardigheden missen.’ De onderwijsinspectie concludeert dat onderzoeken op dit terrein niet leiden tot systematische terugkoppeling naar het curriculum. Met andere woorden: scholen die weten dat hun ex-leerlingen het niet best doen in hun werk, blijven de huidige studenten even slecht op hun toekomstige carrière voorbereiden. (OvB/HOP)

Meer lezen?