Terug naar overzicht

Kamernood: Tilburg met Amsterdam en Utrecht aan kop

De tijd dat studenten in Brabant betrekkelijk snel een kamer vonden – een van dé overwegingen om toch maar niet in de overvolle randstad te gaan studeren – is voorbij. In Tilburg is de gemiddelde wachttijd voor een kamer volgens een inventarisatie van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) opgelopen tot achttien maanden. Alleen Amsterdam en Utrecht scoren met dertig en twintig maanden nog slechter.
Jaarlijks inventariseert de LSVb de kamernood. Uit de nieuwste meting blijkt volgens de bond dat de problemen alleen maar groter worden. Ongeveer 30.000 studenten wachten momenteel op een kamer. Naar verwachting wordt dat aantal de komende maanden nog groter.
Ook de wachttijden lopen op, en sommige steden buiten de randstad scoren daarin slechter dan gemiddeld. Behalve Tilburg doet ook Breda het niet best met een gemiddelde wachttijd van dertien maanden. Veel langer dan bijvoorbeeld de wachttijden in Groningen (zes maanden) en Delft (drie tot zes maanden).

De LSVb wijst erop dat de mobiliteit die het bachelor-masterstelsel moet gaan bevorderen ernstig zal worden tegengewerkt door de kamernood. Doordat men moeilijk een geschikte kamer kan vinden zal men ervan afzien naar een andere studentenstad te verhuizen.

Volgens woningcorporaties duurt het ook langer voordat studenten kunnen doorverhuizen naar een zelfstandige woonruimte. In Utrecht duurt deze periode gemiddeld 8 jaar, in steden waar de situatie minder nijpend is, zoals Groningen, nog altijd 3 jaar. Studenten schrijven zich vaak pas in op het moment dat ze daadwerkelijk bereid zijn om naar een dergelijke starterswoning te verhuizen. Dat betekent dat zij vanaf dat moment nog 3 jaar moeten wachten. De doorstroom in studentenkamers wordt hierdoor ernstig belemmerd. (FG)

(www.lsvb.nl)

Meer lezen?