Terug naar overzicht

‘Collegegeld masters mag omhoog’

Studenten hebben in hun latere leven zoveel profijt van masteropleidingen, dat de collegegelden gerust omhoog mogen. Dat stelt de Onderwijsraad in het advies ‘Bekostiging Hoger Onderwijs’ aan staatssecretaris Nijs.
Het collegegeld moet meer meer in verhouding staan tot de werkelijke kosten voor een master. Een -voor de instellingen- dure opleiding zal de studenten dus meer gaan kosten. Bovendien kan de duur van de opleiding worden verlengd naar anderhalf of twee jaar, denkt de raad. Nu is dat meestal een jaar.

Die hogere eigen bijdrage kan natuurlijk ten koste gaan van de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Dat is ook de reden waarom de studentenbonden al jaren te hoop lopen tegen plannen voor ‘collegegeld-differentiatie’, zoals dat in ambtelijk jargon heet. Het onderwerp ligt zo gevoelig, dat de speciaal daardoor opgerichte commissie-Renemann in haar rapportage vorig jaar zorgvuldig om de hete brij heen draaide.
De Onderwijsraad doet dat bepaald niet. Men heeft ook al uitgewerkt hoe de studenten aan de benodigde extra middelen kunnen komen: via een sociaal leenstelsel. Het idee daarachter is, dat de studielening in de vorm van een percentage van het inkomen wordt terugbetaald. En dat inkomen ligt gemiddeld hoger dan dat van de rest van de beroepsbevolking.
Als de aanbevelingen worden uitgevoerd, groeit bovendien de kans dat studenten na de bachelorfase moeten gaan reizen of verhuizen om de master te volgen. De Onderwijsraad wil namelijk dat de masteropleidingen worden geconcentreerd op enkele plaatsen. Zo’n opleiding is zo gespecialiseerd dat niet iedere universiteit er een op niveau kan aanbieden.

Met de bacheloropleidingen vaart de Onderwijsraad een geheel andere koers: die moeten juist laagdrempelig zijn. Dat betekent dus normale collegegelden en zoveel veel mogelijk plaatsen waar de studies worden aangeboden. En waar staatssecretaris Nijs er regelmatig op hamert dat er teveel opleidingen zijn, wil de adviesraad juist dat de witte vlekken op de kaart worden opgevuld.
Ook het gelijkheidsdenken van de Nederlandse Accreditatie Organisatie wordt bekritiseerd. De NAO toets alleen op basiskwaliteit: voldoende. De Onderwijsraad wil dat kwaliteitsverschillen zichtbaar worden. Sterker nog: goede opleidingen moeten extra bekostiging krijgen.

Studentenbond ISO laat geen spaan heel van het advies. Volgens voorzitter Perke Rombouts erkent de politiek de waarde van een kennissamenleving en het maatschappelijk rendement van een hoger opgeleide. ‘Maar als het vervolgens over bekostiging gaat, dan praat men opeens alleen over persoonlijk profijt voor studenten. Bovendien: als meer mensen in staat worden gesteld een masteropleiding te volgen, is dat alleen maar goed voor de kenniseconomie.’ (PH/HOP)

Meer lezen?