Terug naar overzicht

Zeven nieuwe ‘bama’-landen

De ‘Europese Hoger Onderwijs Ruimte’ wordt uitgebreid met zeven landen buiten de EU. In 2005 moet in alle veertig deelnemende landen een begin zijn gemaakt met de invoering van het bachelor-master stelsel. En er komt een Europees stelsel voor de postdoctorale fase.
Dat hebben de Europese ministers van onderwijs vorige week in Berlijn besloten. De conferentie in Berlijn vond plaats in het kader van de tweejaarlijkse voortgangsbespreking van het proces, dat in 1999 in gang werd gezet in het Italiaanse universiteitsstad Bologna. In 2001 kwamen de ministers bijeen in Praag.

Inmiddels heeft tachtig procent van de 33 deelnemende landen de bama structuur wettelijk ingevoerd. Ruim de helft (53 procent) van de hoger onderwijs instellingen is bezig met de invoering, terwijl ruim eenderde (36 procent) nog in de planningsfase zit. Elf procent van de instellingen geeft aan geen behoefte te hebben aan bama. De ministers hebben nu afgesproken dat in 2005 alle deelnemende landen begonnen moeten zijn met de invoering van bama.

Ook wat betreft kwaliteitsbewaking is er vooruitgang geboekt. Afgesproken is dat er Europese richtlijnen (competenties en dergelijke) worden geformuleerd, maar de uitwerking en controle ervan blijven een landelijke verantwoordelijkheid. In 2005 moeten alle landen daartoe een organisatie hebben, vergelijkbaar met onze NVAO (Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie).

Natuurlijk zijn er in Berlijn ook de nodige kanttekeningen geplaatst bij de voortgang van het ‘Bologna proces’. Er moet meer werk worden gemaakt van het wegnemen van allerlei obstakels voor de internationale mobiliteit. Zo hebben de ministers opnieuw beloofd dat studiebeurzen over de grens moeten kunnen worden meegenomen. Staatssecretaris Nijs heeft dat voornemen beaamd. Nu verliezen studenten hun beurs nog als ze niet meer aan een Nederlandse instelling staan ingeschreven. Dat is het geval als ze minstens een jaar in het buitenland studeren.
Een andere hobbel vormen de zogeheten ‘joint degrees’, gezamenlijke diploma’s van instellingen in verschillende landen. Daarvoor liggen onder andere in Nederland nog wettelijke obstakels.

Tijdens de conferentie in Berlijn deed Europees commissaris voor onderwijs Viviane Reding een oproep voor sponsoring van Europese universiteiten. Deze zouden, naar Amerikaans voorbeeld, meer geld uit het bedrijfsleven en van rijke particulieren moeten betrekken. Anders zouden ze de concurrentie met particuliere universiteiten in de VS verliezen. Over de voorwaarden waaronder dat in Nederland zou kunnen vindt volgens Bartelse overleg plaats met de werkgeverskoepel VNO/NCW. Zo lang sponsoring niet de inhoud van het onderwijs beïnvloedt, heeft de VSNU er geen bezwaar tegen.
Hoewel het Bologna proces nog grotendeels in de startblokken staat, gaat er nu al een aanzuigende werking van uit. De reeds 33 deelnemende landen verwelkomden zeven nieuwe leden: van het grote Rusland tot dwergen als Andorra en Vaticaanstad. Ook de Balkan (Albanië, Bosnië Herzegovina, Servië Montenegro en Macedonië) sluit zich aan. (OvB/HOP)

Meer lezen?