Terug naar overzicht

Drie diensteenheden voor ondersteuning

De ondersteunende activiteiten van de Stichting Brabantse Hogescholen zullen in drie diensteenheden worden ondergebracht. Dat voornemen heeft de Raad van Bestuur gisteren aan de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) meegedeeld.
Een formeel besluit moet nog worden genomen, maar zoals het plan er nu uitziet komt er een diensteenheid personele en administratieve ondersteuning, een diensteenheid ICT en facilitaire voorzieningen en een diensteenheid communicatie, marketing en studentenzaken. Frans van Kalmthout, lid van de Raad van Bestuur, legde uit dat hiervoor is gekozen omdat men het een ‘redelijk logische constructie’ vindt. Een eerder plan behelsde een indeling in een dienst voor interne klanten (de organisatie) en een dienst voor externe klanten (studenten). De Raad van Bestuur is daar echter van teruggekomen omdat daar te veel ‘fricties’in zaten.

Het overgrote deel van de huidige ondersteunende activiteiten van de Hogeschool Brabant en de Hogeschool ‘s-Hertogenbosch zal in de nieuwe diensteenheden worden ondergebracht, met inbegrip van de ondersteuning die nu binnen faculteiten en academies wordt verzorgd. Uitgezonderd hiervan worden de activiteiten die rechtstreeks op het onderwijs beterekking hebben, zoals mediatheekvoorziening, onderwijvernieuwing en kwaliteitszorg. Die worden samengebracht in het Leer- en Innovatiecentrum (LIC), dat in elk van de drie hoofdlocaties (Breda, Tilburg, Den Bosch) zal worden ingericht. De eigen ondersteuning van academies zal beperkt blijven tot voorzieningen als directiesecretariaten.
Voor de ondersteuning van de Raad van Bestuur wordt een strategische staf aangesteld. Bovendien komen er enkele ‘focusmanagers’, functionarissen die in de breedte van de organisatie of in meerdere academies tegelijk veranderingsprocessen zullen aansturen namens de Raad van Bestuur. Het zal om projecten met een tijdelijk karakter gaan. Als voorbeeld noemde Van Kalmthout de beoogd focusmanager die zich op cultuurverandering gaat concentreren.

Op vragen uit de GMR benadrukte de Raad van Bestuur dat de 20 procent bezuiniging op de ondersteuning tot 2007 voor een groot deel kan worden gehaald uit materiële besparingen. Bijvoorbeeld dioor het afstoten van gebouwen en een verbeterde centrale inkoop.Medewerkers hoeven niet voor hun baan te vrezen.
De overplaatsing van ondersteunende medewerkers uit faculteiten en academies wordt per individu bekeken. De dienst P&O heeft daar een plan voor in de maak. (FG)

Meer lezen?