Terug naar overzicht

Avans Hogeschool financieel sterk

De financiële positie van de toekomstige Avans Hogeschool is zondermeer goed te noemen. Dat blijkt uit een vergelijking van de boeken van de – nu nog – Stichting Brabantse Hogescholen met die van andere hbo-instellingen.
De Stichting Brabantse Hogescholen beschikte in 2002 over een flink eigen vermogen van 56 miljoen euro. De solvabiliteit bedroeg 48 procent, heel ruim boven de minimumnorm van twintig procent die in het hbo wordt gehanteerd en ook ver boven het hbo-gemiddelde van dertig procent. Het boekjaar 2002 werd afgesloten met een positief resultaat van acht miljoen euro, terwijl er een overschot van twee miljoen was begroot. Deze meevaller is voor een groot deel te danken aan staatssecretaris Nijs die eind 2002 het hbo-budget met vijftig miljoen ophoogde omdat het aantal hbo-studenten in de voorgaande jaren flink was gegroeid. De Brabantse Hogescholen kregen 3,6 miljoen euro uit die ruif.
Ondanks het mooie resultaat is de Raad van Bestuur niet erg tevreden over de financiële ontwikkelingen. Als de extra rijksbijdrage buiten beschouwing wordt gelaten, blijkt dat de onderwijsexploitatie is verslechterd. De Raad van Bestuur werkt daarom aan een nieuw model voor interne budgettering en hoopt daarmee de kosten in de toekomst beter in de hand te houden.

Hoewel momenteel minder hogescholen in de gevarenzone zitten dan de afgelopen jaren soms het geval was, is het nog niet overal rozengeur en maneschijn. Tussen hogescholen bestaan grote verschillen. Er zijn hbo-instellingen die elk jaar geld overhouden en flink wat vet op de botten hebben. En er zijn instellingen die met moeite de eindjes aan elkaar knopen en ook nauwelijks reserves hebben.
De rijkste hogeschool is een kleine pabo; de armste is een nog kleinere lerarenopleiding. De Katholieke pabo Zwolle (ruim zeshonderd studenten) wist tussen 1996 en 2002 elk jaar flink wat geld over te houden: acht tot 24 procent van de totale inkomsten. In dezelfde periode steeg de solvabiliteit van de Zwolse instelling naar tachtig procent: het absolute hbo-record.
De antroposofische Hogeschool Helicon (driehonderd studenten), die naast leraren basisonderwijs ook dans- en muziekdocenten opleidt, staat aan de rand van de afgrond. De afgelopen vier jaar noteerde Helicon flinke tekorten. De reserves die in 1997 nog aanzienlijk waren, zijn bijna opgesoupeerd. De solvabiliteit is gedaald naar 7,4 procent, het absolute dieptepunt.

De andere hogescholen bewegen zich tussen deze twee uitersten. Hogescholen in de Randstad zijn soms arm (Hogeschool van Amsterdam) en soms bijzonder welvarend (Hogeschool Leiden). Middelgrote instellingen in de provincie hebben vaak moeite om het hoofd boven water te houden (Hogeschool Zeeland, Hogeschool Drenthe), maar er zijn ook middelgrote hogescholen die er uitstekend voor staan. De Christelijke Hogeschool Nederland in Leeuwarden boekt bijvoorbeeld aanhoudend positieve resultaten en heeft een solvabiliteit van ruim vijftig procent. Instellingen die kunstonderwijs verzorgen en agrarische hogescholen hebben het lastig, maar lang niet allemaal.
De verschillen zijn dus niet toe te schrijven aan de omvang van de hogescholen, het profiel of de regio, zoals vaak wordt gedacht. Vermogens die in een ver verleden zijn opgebouwd, de huisvestingssituatie en het financieel beleid dat in het verleden is gevoerd, zijn de bepalende factoren. (YvdM/HOP)

Meer lezen?