Terug naar overzicht

Nijs daagt congresserend hbo uit

Hogescholen moeten zich sterker profileren en hun prestaties durven tonen aan de buitenwereld. Dat verschaft duidelijkheid naar de afnemers. Met deze marktgerichte boodschap onderstreepte staatssecretaris Nijs maandag haar bedoelingen met het hoger onderwijs op het congres van de HBO-raad.
De belastingbetaler heeft immers het recht om te zien waar jaarlijks zijn euro’s aan worden besteed, aldus de bewindsvrouw. Ook zonder aan de fraudekwestie te denken is dat in het hbo niet altijd even helder. De sector is namelijk nogal in beweging de laatste jaren. Volgens Nijs in de goede zin des woords: er wordt volop aan de weg getimmerd om de sector dynamischer en competitiever te maken. Via vraagsturing, maar ook via onderzoek.

Een voorname impuls voor die innovatiedrang werd in de hoogtijdagen van het tweede Paarse kabinet gegeven door toenmalig onderwijsminister Loek Hermans. Die schiep de mogelijkheid om de kennis van de hogescholen op te vijzelen via kenniskringen en lectoraten. Hogescholen kregen zodoende de mogelijkheid om op beperkte schaal onderzoek te doen, vooral gericht op de beroepsgroep of de markt waarvoor een opleiding studenten aflevert.
Met vragen of het verantwoordelijk is de markt te laten meespreken bij onderzoek of deel moet laten nemen aan kenniskringen hoeft het hbo geen rekening te houden. Sterker, het ligt zelfs voor de hand dat die markt een stevige vinger in de pap heeft. Het hbo leidt immers op voor een beroep. En die kenniskring is bedoeld om beroep, opleiding en student sterker te maken. Via onderzoek. Via samenwerking.
Dat het hbo nog zoekende is, is niet meer dan logisch, werd in een van de conferentiezalen opgemerkt. De lectoraten staan immers nog in hun kinderschoenen, de nieuwsgierigheid van de student wordt nog niet overal geprikkeld met vraagsturing, en het bedrijfsleven heeft nog niet overal inbreng via de kenniskringen. Een kwestie van tijd?

Nijs juicht al die ontwikkelingen natuurlijk van harte toe. Maar tegelijkertijd waarschuwde ze ook dat hogescholen zich niet te veel blind moeten staren op de term kenniscentrum. De staatssecretaris vindt namelijk dat dit impliciet betekent dat de instelling centraal staat en de rest – regionale overheden, het bedrijfsleven – zich aan het ‘centrum’ aanpast. Dat, zo meent de staatssecretaris, moet nou net niet. (TdO/HOP)

Meer lezen?