Terug naar overzicht

MER Den Bosch heeft zaakjes goed op orde

De opleiding Management, Economie & Recht (MER) in Den Bosch heeft zijn zaakjes goed op orde. Dit valt op te maken uit het visitatierapport dat vanmiddag is verschenen. Van de 25 items krijgt de opleiding 23 voldoendes terwijl er twee als uitstekend worden bestempeld.

Volgens een door de opleiding zelf gemaakte rangorde komt de Bossche voltijdopleiding op een vijfde plaats van de in totaal twintig beoordeelde MER-opleidingen. In de wijde regio moet de Bossche opleiding alleen die van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen met een gedeelde tweede plaats boven zich dulden. De MER in Breda (ook Avans Hogeschool), Eindhoven, Utrecht en Sittart zijn lager gekwalificeerd.

Opleidingscultuur
Elies Hagedoorn, voorzitter van de onderwijscommissie, is tevreden met dit resultaat. ‘We scoren op belangrijke delen uitstekend: de inhoudelijke samenhang in het curriculum en de opleidingscultuur’, constateert zij. De themagewijze opbouw van het curriculum is ‘logisch en consistent’, schrijft de commissie.
De opleidingscultuur is ‘bijzonder goed’, zo staat in het rapport. ‘Het team werkt enthousiast en gezamenlijk aan de zorg voor de opleiding en er is een breed draagvlak voor de ingezette vernieuwing. Ook de relatie tussen de studenten en docenten is open en direct.’

Overgangsfase
Wel verkeert de opleiding in een overgangsfase: van een informele naar een meer formele en gestructureerde organisatie. Dat leidt tot ‘enige onhelderheid’ in de dagelijkse gang van zaken.
De commissie signaleert dat de opleiding sinds de vorige visitatie flinke vooruitgang heeft geboekt, schrijft de visitatiecommissie.
Zij noemt het vernieuwde curriculum, de inhoud en de samenhang in het onderwijsprogramma, de toepassing van de werkvormen en de studentbegeleiding. Het gebruik van ict kan uitgebouwd worden, vindt de commissie. De werkgevers zijn tevreden over de afgestudeerden, hoewel zij in het begin wel moeten worden begeleid.

Internationalisering
De stages zijn over het algemeen goed georganiseerd. Maar de commissie heeft wel enkele kanttekeningen. Ze stelt vast dat buitenlandse stages slechts sporadisch voorkomen en er af en toe onduidelijkheid bestaat over de duur en beoordelingscriteria. De opleiding erkent dit en werkt aan verbeteringen. Al met al geen reden tot een onvoldoende, stelt de commissie. Hagedoorn: ‘Bij iedere verbeteractie letten we er extra op dat internationalisering in de opdrachten aan bod komt. We geven ook meer ruchtbaarheid aan de mogelijkheid stages in het buitenland te lopen.’ (GR)

Meer lezen?