Terug naar overzicht

Twee ministers zegden Kamer herverdeling hbo-geld toe

Minister Hermans en zijn opvolger Van der Hoeven hebben de Tweede Kamer zwart-op-wit beloofd het teruggevorderde geld van de ‘hbo-fraude’ opnieuw onder de hogescholen te verdelen. Gisteren ontkende het ministerie van OCW dat er formele toezeggingen zijn gedaan. Nijs stort de bedragen terug in de staatskas.

De Tweede Kamer vroeg in 2002 via de motie Rabbae het ingevorderde geld terug te ploegen naar het hbo. Volgens een woordvoerder van het ministerie is die motie ‘formeel nooit tot beleid verklaard’.
Dat is in strijd met de feiten. Tijdens de behandeling van de ‘hbo-fraude’in de Tweede Kamer op 21 maart sloot Hermans zich bij de motie Rabbae aan met de woorden: ‘Hetgeen in de motie van de heer Rabbae gevraagd wordt, verwoordt precies onze insteek. Dat kunt u ook lezen in de brieven. Waar sprake is van ten onrechte genoten inkomsten op basis van onregelmatigheden bij inschrijvingen dan wel anderszins, ben ik van plan te gaan terugvorderen en compensatie te geven aan diegenen die tot nu toe daaronder geleden hebben.’
In een brief over de uitvoering van die motie meldde minister Hermans op 17 juli aan de Kamer, dat de studentenaantallen van zes verdachte hogescholen zouden worden herzien. ‘Het effect hiervan is dat deze zes hogescholen – binnen het op grond van de rijksbegroting beschikbare budget – elk voor zich een lagere voorlopige rijksbijdrage 2002 toegekend krijgen, ten gunste van de overige bekostigde hogescholen.’ Ook bij de vaststelling van het definitieve budget zouden de toekenningen worden ‘gecorrigeerd (…) voor onrechtmatig bekostigde studentenaantallen’. Hermans besluit: ‘Met deze maatregel is de eerste stap gezet ter uitvoering van de motie Rabbae.’
Op 11 november 2002 sloot de nieuwe minister van Onderwijs Van der Hoeven zich nadrukkelijk bij het beleid van Hermans aan blijkens een brief aan de Kamer: ‘De teruggevorderde bedragen zullen binnen het hbo worden herverdeeld conform mijn toezegging t.a.v. de motie Rabbae (TK 28 248, nr. 13).’ Ze verwees daarbij naar de brief van Hermans van 17 juli. (FG)

Meer lezen?