Terug naar overzicht

Bindend studieadvies onder vuur

De universiteiten van Leiden, Tilburg en Rotterdam blijven erbij dat het negatief bindend studieadvies (bsa) zin heeft. Ze zijn niet onder de indruk van de juichkreten van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb), die erop wijst dat bsa in Leiden niet leidt tot een hoger studierendement.
De Universiteit Leiden begon in 1997 als eerste met de strenge vorm van selectie. Uit het jaarverslag over 2003 blijkt dat de studenten die toen aan hun studie zijn begonnen niet sneller zijn afgestudeerd. ‘Het bsa werkt niet’, concludeert de LSVb daarom. ‘Grote onzin’, riposteert woordvoerder Wim van Amerongen. ‘Dat is te kort door de bocht. We hadden inderdaad wel een hoger rendement verwacht, maar daarmee is het bsa nog niet zinloos. Het middel leidt ertoe dat slecht presterende studenten eerder afhaken. Dat voorkomt jarenlang voortmodderen. Dát is de essentie van bsa.’
Andere universiteiten die zich hebben bekeerd tot het bsa houden eveneens vast aan het idee dat het middel wel degelijk zinvol is. De Universiteit van Tilburg gaat het bsa vanaf komend studiejaar gefaseerd invoeren voor alle studierichtingen. Woordvoerder Pieter Siebers: ‘Dat doen we op basis van onze eigen inzichten, na succesvolle proeven. De situatie in Leiden laat zich niet zomaar vergelijken.’
Ook Rotterdam blijft erbij dat het bsa vanaf volgend jaar universiteitsbreed wordt ingevoerd. Cora Boele: ‘We zijn niet over één nacht ijs gegaan. Een proef van vijf jaar bij de uiterst populaire studie bedrijfskunde heeft aangetoond dat het hogere rendementen en een hogere kwaliteit oplevert. De kneusjes drukken het tempo. Studenten hebben discipline nodig om het eerste jaar door te komen. Het bsa helpt daarbij.’
De LSVb pleit voor een vrijblijvend studieadvies, zodat studenten zelf hun keuze kunnen maken. Voorzitter Floris van Eijk: ‘Als je de rendementen wilt verhogen moet je het onderwijsproces zelf verbeteren: studenten goed voorlichten, onderwijskwaliteit verbeteren en goede studiebegeleiding aanbieden.’ Van Amerongen wijst erop dat Leidse studenten in het eerste jaar twee maal een vrijblijvend gesprek hebben. Mede naar aanleiding daarvan haakt ongeveer twaalf procent vrijwillig af, en kiest voor een andere studie of stopt met studeren. Pas na een vol jaar wordt studenten die nog niet de helft van de studiepunten hebben gehaald de deur gewezen. Dat negatieve bindend advies treft ongeveer acht procent, minder dus dan de groep vrijwillige opstappers.
Van Eijk ziet in de tegenvallende rendementscijfers van Leiden ook een argument tegen selectie aan de poort: ‘Als dwingende selectie tijdens de studie het rendement al niet verbetert, dan valt van bindende selectie aan de poort helemaal geen heil te verwachten.’ (OvB/HOP)

Meer lezen?