Terug naar overzicht

Sommigen sneller, anderen langzamer in het hbo

Het verschil tussen snelle en langzame hbo-studenten groeit: steeds meer hbo’ers halen binnen vier jaar hun diploma, maar het percentage dat na vijf jaar is afgestudeerd, daalt licht. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Van de studenten die in 1991 aan hun beroepsopleiding begonnen, studeerde slechts een op de drie binnen vier jaar af. Dat aandeel is gaan stijgen tot 40 procent in de cohorten van 1995 en 1996. In de groep van 1998 is nu 41 procent binnen vier jaar klaar. Daar zit dus nog altijd een licht stijgende lijn in.
Maar aan de andere kant kalft het enigszins af. Het percentage afgestudeerden na vijf jaar steeg eind jaren negentig een beetje: van 56 procent in de lichting van 1991 naar 58 procent in die van 1995. Maar daarna daalden de cijfers weer naar 55 procent in de groep van 1997.
Vrouwen doen het volgens het CBS spectaculair beter dan mannen. Bijna de helft van de vrouwen uit de cohort 1998 haalde binnen vier jaar haar diploma. Bij de mannen was dat een derde. Zeven jaar eerder was dat verschil minder groot, namelijk 28 om 39 procent. Na vijf jaar studeren geldt hetzelfde: was het verschil eerst tien procent, nu is dat gat al veertien procent.
Wie met een vwo-diploma op zak naar een hogeschool gaat, studeert gemiddeld een stuk beter dan zijn medestudenten. Al een aantal lichtingen lang heeft de helft van de vwo’ers na vier jaar het hbo-diploma binnen. Onder havisten is dat iets meer dan een derde. Na zes jaar is meer dan driekwart van de vwo’ers klaar, terwijl de havisten onder de tweederde blijven. Ook studenten die uit het mbo of uit de universiteit het hbo binnenkomen, zijn aanvankelijk sneller dan de havisten. Iets meer dan twee op de vijf van hen haalt binnen vier jaar het diploma. Na zes jaar zie je echter in de rendementscijfers weinig verschil tussen havo, mbo en wo als vooropleiding.
Aan de kunstopleidingen vallen de meeste leerlingen uit. Na vijf jaar heeft bijna een derde van de kunstenaars de school verlaten. Ze worden op de voet gevolgd door de pedagogische opleidingen. In de sectoren gezondheidszorg en agrarisch onderwijs is de minste uitval.
Voor deeltijdstudenten gaat het bovengenoemde patroon overigens niet of nauwelijks op. Zij studeren nog altijd langzamer dan hun voltijdscollega’s. Na zeven jaar heeft nog niet de helft van hen het diploma op zak. Dat is al jaren zo. (BB/HOP)

Meer lezen?