Terug naar overzicht

Niemand meer bang voor de Pepsi-Universiteit

Krijgen ook commerciële universiteiten straks geld van de overheid? Niet zo lang geleden vonden bestuurders, studentenbonden en politici dat vooruitzicht een gruwel. Maar nu er in Nederland een liberale wind is opgestoken, lijkt opeens alles mogelijk.
In een zogeheten ‘open bestel’ kunnen commerciële onderwijsaanbieders zonder enige belemmering de Nederlandse onderwijsmarkt op en zelfs voor overheidsbekostiging in aanmerking komen, als ze tenminste aan de kwaliteitseisen voldoen. Zo’n onderwijsstelsel is niet meer ver weg. Dat valt af te leiden uit de discussie die de universiteitenvereniging VSNU afgelopen week organiseerde.

Kamerlid Ciska Joldersma van het CDA liet weten dat een open bestel in haar ogen ‘onvermijdelijk’ is. Het is geen doel op zich, zegt ze diplomatiek, ‘maar we moeten wel inspelen op de internationale ontwikkelingen.’
Ze kreeg weinig tegengas. Zelfs de studentenbond LSVb ‘slaapt niet slecht’ van het open bestel. De bond wil alleen wel dat er goede kwaliteitswaarborgen komen, maar dat wilde iedereen die in het Haagse café aanwezig was. Pas toen de vakbond over onafhankelijke wetenschap en inspraak in het curriculum begon, liepen de meningen uiteen.
Is er dan werkelijk niemand tegen de liberalisering? Jawel. De Socialistische Partij moet er niets van hebben. Maar die was helaas niet bij het debat aanwezig. In een reactie laat de partij weten geen vertrouwen te hebben in een open bestel. In andere sectoren, zoals de spoorwegen en de woningbouw, heeft de liberalisering ook niet tot lagere prijzen en hogere efficiëntie geleid, stelt de partij. ‘Instellingen zullen een groter deel van hun financiën uitgeven aan reclame. Kleine specifieke opleidingen met een grote maatschappelijke waarde, maar met minder economische waarde worden bedreigd. Meer en meer zullen instellingen studenten opleiden vanuit een gerichte vraag van het bedrijfsleven. De academische distantie en het kritisch vermogen verdwijnen naar de achtergrond.’
Tijdens het debat zelf liet alleen Jeroen Bartelse, hoofd beleid van de VSNU, een authentiek links geluid horen. Hij zou zijn twee maanden oude zoontje Tessel later graag naar een duur topinstituut sturen, als dat kon. Maar het zoontje keek nog niet zo snugger uit zijn ogen, vond de vader. ‘Daarom leef ik graag in een land waarin de overheid de kwaliteit in de breedte op peil houdt. Liever dat, dan een land met een paar elitaire topinstituten en een groep instellingen waarvan de kwaliteit niet helder is.’

Overigens dacht bijna niemand dat grote merken als Pepsi Cola een universiteit zouden beginnen. Maar als er nou tóch een Pepsi-Universiteit komt? ‘Dan houdt hij ons alert’, zei José van Eijndhoven, collegevoorzitter van de Erasmus Universiteit Rotterdam. ‘En dat is goed. We zijn de laatste tijd te lui en vadsig geweest.’

Het debat werd georganiseerd naar aanleiding van het advies van de Onderwijsraad, vorige maand. De raad bepleitte het voorzichtig openen van het onderwijsbestel. Staatssecretaris Nijs heeft daar positief op gereageerd. (BB/HOP)

Meer lezen?