Terug naar overzicht

Nijs gaat door het stof en overleeft spoeddebat

Staatssecretaris Nijs heeft het debat over haar interview in Nieuwe Revu overleefd, maar daar is dan wel alles mee gezegd. Haar uitspraken over haar slechte relatie met minister Van der Hoeven (OCW) werden door de Tweede Kamer getypeerd als weinig verheffend, ongelofelijk en onverstandig.

De oppositie, maar ook het CDA, wilde van de minister weten of ze nog wel vertrouwen in de staatssecretaris heeft. Van der Hoeven beantwoordde deze vraag met een volmondig ‘ja’, maar maakte er geen geheim van dat ze erg boos is geweest. Dat lag voor de hand, want Nijs zet haar baas in het interview neer als iemand die politieke spelletjes speelt, en verdeel- en heerstactieken toepast. Maar de staatssecretaris had juist met het interview willen zeggen dat de werkrelatie met de minister zo goed is. ‘In het beeld dat in het interview wordt geschetst herken ik me niet en daar distantieer ik me van’, aldus Nijs, die toegaf dat haar interview onverstandig en onhandig was.
Maar geautoriseerd was de tekst wel. En dat was voor de Tweede Kamer moeilijk te begrijpen. De oppositie verweet Nijs naïef te hebben gehandeld. Want hoe kun je een tekst goedkeuren waarin je je niet herkent? De staatssecretaris verweerde zich door te zeggen dat een poging om de tekst bij te sturen op niets was uitgelopen. En: ‘De dingen die ik wilde zeggen staan er in, maar verder moet je ook wel eens een interview autoriseren waar je niet gelukkig mee bent. Dat overkomt ons allemaal wel eens. Ik heb aan willen geven dat de werkrelatie tussen de minister en mij goed is; dat is me niet gelukt.’

De werkrelatie tussen de bewindsvrouwen is in Den Haag regelmatig aanleiding voor discussie. Nijs liep namelijk averij op tijdens Balkenende I, toen zij haar plan om tweede en derde studies niet langer te bekostigen door toedoen van Van der Hoeven in de prullenmand zag belanden. De minister speelde dit niet binnenskamers, maar via de Volkskrant. Nijs overleefde het daaropvolgende debat met de Tweede Kamer, maar dat was deels te danken aan het feit dat het kabinet met de LPF toen al gevallen was. Toch kwam Nijs terug op Onderwijs, naar verluidt tot ongenoegen van de minister.

Overigens ontkende Van der Hoeven dat ze premier Balkenende naar aanleiding van het Revu-interview om het ontslag van Nijs heeft gevraagd. Wel bleek dat zowel de minister-president als vice-premier Zalm er aan te pas moesten komen om de gemoederen tot bedaren te brengen. Van der Hoeven verklaarde dat de werkrelatie tussen haar en Nijs weer goed is en dat ze samen een hoop werk te doen hebben op Onderwijs.
Voor coalitiepartijen CDA, D66 en Nijs’ eigen VVD bleken de verklaringen voldoende om Nijs de hand boven het hoofd te houden, maar vooral CDA en D66 waren kritisch. Christen-democraat Jan de Vries gaf naast de vertrouwensvraag aan Van der Hoeven aan dat Nijs zich in de toekomst ‘moet committeren aan het onderwijsbeleid van het kabinet Balkenende en daar consequent vorm aan moet geven’. Dat kan de bewegingsvrijheid van de liberale staatssecretaris behoorlijk beperken, gezien het feit dat CDA en Nijs de afgelopen tijd uiteenlopende ideeën hebben over de invulling van dat beleid.
En de oppositie? Die diende niet eens een motie van wantrouwen in, maar beperkte zich tot een motie van treurnis. ‘We sturen mensen weg vanwege verkeerd beleid’, verklaarde Femke Halsema, fractievoorzitter van GroenLinks. ‘Dit is een personeelsconflict.’ (TdO/HOP)

Meer lezen?