Terug naar overzicht

Doorstroom hapert in vmbo

Hogescholen moeten in de toekomst rekening houden met een lagere instroom uit het mbo. Vmbo-scholieren halen een minder hoog mbo-niveau dan hun voorgangers op de mavo, blijkt uit grootschalig onderzoek van het Gion, een onderzoeksinstituut van de Rijksuniversiteit Groningen.
Van de basisscholieren die in 1999 met t- of g-advies (de ‘t’ staat voor ‘theoretisch’, de ‘g’ voor ‘gemengd’) aan het vmbo begonnen, haalde 22 procent niet het beoogde eindniveau. Van de mavo-scholieren-oude-stijl slaagde slechts 16 procent daar niet in.
Scholieren die het niet bolwerken komen terecht in het vmbo-b (‘basisberoepsgericht’) en het vmbo-k (‘kaderberoepsgericht’). Na het beroepsgerichte vmbo komen ze in de mbo-niveaus 1 en 2 terecht en zijn de niveaus 3 en 4 gewoonlijk niet meer haalbaar. En alleen mbo-niveau 4 geeft zonder meer toegang tot het hbo.

Een deel van deze doorstroomproblematiek is te herleiden tot het schooladvies dat basisscholen hun leerlingen meegeven, zegt Gion-onderzoeker M. van der Werf. Vaker dan voorheen wordt een te hoog schooltype geadviseerd, de leerlingen kunnen de verwachtingen niet waarmaken en moeten naar een lager opleidingsniveau. Met als gevolg dat ze gedemotiveerd raken en uiteindelijk niet in het hoger onderwijs terechtkomen.

Van der Werf benadrukt dat het in dit onderzoek om de eerste lichting vmbo’ers gaat. Voor definitieve conclusies is het te vroeg. (BB/HOP)

Meer lezen?