Terug naar overzicht

OCW-accountant berispt om rapport hbo-fraude

Het rapport van de accountantsdienst van het ministerie van OCW, waarop minister Loek Hermans in februari 2002 zijn beschuldigingen van fraude in het hbo baseerde, is onder zware kritiek komen te liggen. Het voormalige hoofd van de accountantsdienst van het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap, Bert van de Zand, heeft van de tuchtraad voor accountants een berisping gekregen voor de manier waarop het rapport is opgesteld.

De tuchtzaak was aangespannen door het Bredase bedrijf Opleiding & Ontwikkeling (O&O) en diens moedermaatschappij Informa Europe BV. O&O, dat onder meer bemiddelde bij het werven van studenten voor hogescholen, werd in het rapport aangewezen als de kwade genius achter constructies waarmee hogescholen kunstmatig hun overheidsbekostiging zouden hebben opgekrikt.

Op vijf van de zeven klachten is O&O door de tuchtraad in het gelijk gesteld.
De tuchtraad beaamt dat het rapport in de beschrijving van de rol van het bedrijf ‘op onderdelen suggestief is’. O&O was met name gevallen over de suggestie dat het zich heeft verrijkt ten koste van de hogescholen. Ook een passage in het rapport waarin staat dat een gewraakte bekostigingsconstructie gebaseerd was op inschrijving in vier achtereenvolgende jaren bij vier verschillende instellingen was door O&O bestreden, omdat dat in werkelijkheid nooit is voorgekomen. De tuchtraad steunde het bedrijf in deze bezwaren.
De accountantsdienst had volgens de raad bovendien ruimhartiger wederhoor moeten toepassen tegenover O&O. De betrokken hogescholen kregen het conceptrapport voorafgaand aan de publicatie toegestuurd voor commentaar en hadden vier dagen de tijd voor bestudering en het opstellen van een reactie. O&O daarentegen kon slechts via inzage kennisnemen van de de inhoud en kreeg niet meer dan twee dagen de tijd voor commentaar.
Van de Zand, die verdedigd werd door de landsadvocaat, is volgens de tuchtraad bovendien buiten zijn boekje gegaan door op ongenuanceerde wijze juridische interpretaties in het rapport te vlechten die voor kritiek vatbaar zijn.
Verder heeft de accountantsdienst onvoldoende rekening gehouden met de kritiek van de kant van O&O op het conceptrapport, meent de raad. Er is geen melding gemaakt van de afwijkende opvattingen van het bedrijf en ‘zelfs is niet vermeld dat O&O bij brief van 22 februari 2002 commentaar heeft gegeven’, luidt het verwijt van het tuchtcollege.

Bij zijn oordeel heeft de tuchtraad overwogen dat het aangeklaagde hoofd van de accountantsdienst de ruime publiciteit rond de zaak kon voorzien en dat daarom ‘grote voorzichtigheid in opzet en uitvoering van het onderzoek en van het rapport geboden was’. Daarin is hij ‘tekort geschoten’, aldus het oordeel. Van de Zand had zich bovendien moeten realiseren dat partijdigheid en belangenverstrengeling op de loer lagen, omdat in de hele kwestie van de ‘hbo-fraude’ ook het optreden van de accountantsdienst zelf ter discussie stond.

De uitspraak wordt door insiders gezien als een opmaat voor een forse schadeclaim van O&O tegen de staat. Het bedrijf heeft door de publiciteit rond het frauderapport klanten verloren en is orders misgelopen.

Met argusogen volgen de andere partijen in de fraude-affaire de tuchtzaak van O&O tegen het ministerie. Hogescholen, die zich verweren tegen de claims van de kant van het ministerie bestuderen de uitspraak. Het ministerie zelf overweegt of het in hoger beroep zal gaan. (FG)

Meer lezen?