Terug naar overzicht

Visitatierapporten blijven openbaar

Terwijl een kamermeerderheid een ‘students right to know act’ wil doorvoeren die alle informatie over de kwaliteit van universiteiten en hogescholen openbaar maakt, stribbelen ‘visiterende en beoordelende instanties’ (vbi’s) tegen. Zij denken dat de visitatierapporten die ze maken geheim kunnen blijven. Een aantal van hun klanten zou concurrentiegevoelige informatie liever niet naar buiten brengen.

Voor Karl Dittrich, voorzitter van accreditatie-instantie NVAO, is de zaak zo klaar als een klontje. ‘Als een opleiding geaccrediteerd wordt, is het visitatierapport dat aan die beslissing ten grondslag ligt openbaar.’ Ook het ministerie van onderwijs en de HBO-raad vinden de afspraken op dat punt ‘heel duidelijk’.

Maar de vbi’s, die de onderwijskwaliteit in opdracht van universiteiten en hogescholen onderzoeken, zijn daar niet van overtuigd en schetsen een toekomstscenario waarin de kwaliteit van opleidingen minder gedetailleerd valt te reproduceren. Onder hen directeur Wienke Blomen van Hobéon, dat hbo-opleidingen visiteert en onlangs nog een lijvig handboek over accreditatie publiceerde (Elsevier 2005). ‘Volgens ons staat alleen in de wet dat de beoordeling van de opleiding door de NVAO openbaar is. Uit dat “accreditatierapport” blijkt de oordeelsvorming van de NVAO op basis van onder meer het vbi-rapport. De onderliggende stukken hoeven volgens ons niet openbaar gemaakt te worden. Sommige hogescholen hebben expliciet tegen ons gezegd dat zij de vbi-rapporten geheim willen houden. De informatie kan concurrentiegevoelig zijn. Zij willen liever niet dat andere instellingen zien welke strategische keuzes zij maken.’
Tot nu toe hebben instellingen nog geen bezwaar gemaakt tegen openbaarmaking, dus de rechter heeft nog geen uitspraak kunnen doen over de interpretatie van de wet. Chris Peels, directeur van Qanu, die de universiteiten visiteert: ‘Het zou vreemd zijn als de pijler waarop het besluit van de NVAO rust niet meer inzichtelijk is. Wij zijn er daarom voorstander van dat de rapporten openbaar blijven, maar het is ook volgens ons niet vanzelfsprekend. De colleges van bestuur kunnen zelf kiezen.’

Zelfs als de visitatierapporten openbaar blijven, is er niet meteen helderheid over de kwaliteitsverschillen tussen de opleidingen. De universiteiten werken alleen met de Qanu, maar de hogescholen kunnen met verschillende instanties in zee. De ene hogeschool kan haar opleiding bedrijfseconomie door vbi X laten beoordelen en de ander door vbi Y. De twee oordelen komen dan op een andere manier tot stand.
‘De visitaties zullen niet meer zo vergelijkbaar zijn als vroeger’, geeft NVAO-voorzitter Dittrich toe, ‘maar wij kunnen nog steeds zien of de basiskwaliteit voldoende of onvoldoende is. En dat is het enige waar wij op beoordelen. Of een opleiding ruim voldoende, goed of excellent is, hoeven wij niet te bepalen.’

De dreigende ondoorzichtigheid is mogelijk een streep door de rekening van staatssecretaris Rutte. Die wil de kwaliteitsverschillen in het hoger onderwijs juist inzichtelijker maken in zijn jaarlijkse uitgave van het rapport ‘Kennis in Kaart’. Daarmee wil hij de bestuurders van onderwijsinstellingen ‘in hun ego’ treffen, maakte hij vorige maand duidelijk in een uitzending van Netwerk. Een woordvoerder verwacht dat het ministerie het rapport hoe dan ook kan maken: ‘De vbi’s gebruiken misschien verschillende methoden, maar als het goed is komen ze tot dezelfde conclusies. Ze werken volgens afgesproken landelijke richtlijnen en de NVAO beoordeelt hen daar ook op. De visitatierapporten zijn trouwens maar een deel van de bronnen waarmee we Kennis in Kaart samenstellen.’ (BB/HOP)

Meer lezen?