Terug naar overzicht

Van Raaij dacht Romario weg te kapen

‘Misschien is het toch verstandig om apparatuur van Philips aan te schaffen’, gekscheerde Harrie van Raaij vanmiddag in lokaal E002 in Den Bosch, toen de geluidsapparatuur opnieuw piepte. De oud-voorzitter van PSV gaf een gastcollege aan eerstejaars Small Business & Retail Management (SBRM).

Het zijn goede tijden voor het Nederlands voetbal in het algemeen en voor PSV in het bijzonder. De Eindhovense club kan komend weekend voor de 18de keer landskampioen worden. Het team strijdt nog om de Amstelcup. En het meest bijzonder is dat de club is doorgedrongen tot de halve finale van de Champions League.

Dat is onder het bewind van Harrie van Raaij nooit gelukt. Sterker nog het lukte PSV niet eerder om de eerste ronde van de Champions League te overleven. ‘Ik ben 1 september 2004 als voorzitter weggegaan. Dat is de datum dat de transfermarkt ook sluit. Dus trainer Guus Hiddink en ik hadden toen de huidige selectie rond’, antwoordt Van Raaij op de vraag of hij het niet jammer vindt dat PSV nu het grote succes heeft, terwijl hij weg is. Bovendien speelde hij een grote rol bij het terughalen van Philip Cocu. ‘Toen Philip in 1998 vertrok bij PSV heb ik met hem afgesproken dat als hij wegging bij Barcelona, hij als eerste met mij zou spreken. Ik ben er geweldig trots op dat hij woord heeft gehouden’, glundert Van Raaij. ‘Maar bovenal gaat het vooral om de club en niet zozeer om de voorzitter.’

De oud-voorzitter weet dat het uniek is wat PSV momenteel presteert. Volgens hem heeft een club als Real Madrid op elke positie een betere voetballer staan en heeft de Spaanse club zeker zes keer de begroting van PSV. ‘Eigenlijk kan het dus niet wat wij presteren’, verklaart Van Raaij. ‘Maar onze ploeg is meer een eenheid en de spelers complementeren elkaar. En misschien hebben wij een betere coach. Incidenteel kunnen wij dus succes hebben, maar op de lange termijn verlies je altijd van dit soort clubs.’

Een zwaktepunt van PSV vindt de oud-voorzitter dat de markt vooral op Nederland gericht is. ‘Die is dus erg klein, je bent beperkt in je groei.’ Verder stelt hij dat John de Mol een schijntje betaalt voor de tv-rechten van het eredivisievoetbal. ‘In Engeland wordt er 880 miljoen euro betaald, in Frankrijk 600 miljoen euro. Dan is de 35 miljoen van John de Mol helemaal niets.’ Aangezien de tv-gelden in elk land verdeeld worden onder de clubs ontvangen Nederlandse ploegen een stuk minder.

Vermakelijk verhaalt Van Raaij over de transfer van Romario. In 1988 had PSV de Europacup 1 gewonnen, maar desondanks ontbrak het de club aan een echte topspits. ‘Wij wilden toen Marc Degryse van Club Brugge hebben. Zij wilden die pas verkopen als zij een nieuwe spits hadden gekocht. Ze waren bezig met een speler die op dat moment op de Olympische Spelen van Seoel speelde.’ Van Raaij had direct het idee dat het om een speler uit Brazilië ging, maar hij wist niet welke. Dus vroeg hij aan manager Kees Ploegsma of hij wist welke speler het moest zijn. ‘Diens zesjarig zoontje wist alles en werd dus uit bed getrommeld. Hij zei: Romario. Vervolgens hebben we die snel aangetrokken.’ Na een paar weken belde Club Brugge. Van Raaij verwachtte een scheldkanonnade, maar ze kwamen met de mededeling dat ze wilde onderhandelen. ‘De spits waar zij al die tijd over hadden gesproken was een Australische’ , snuift Van Raaij.

In zijn betoog vertelde Van Raaij verder over zijn werk bij Philips, waar hij 42 jaar werkte, en over zijn jaren bij PSV. In 1984 begon hij daar als penningmeester en sinds oktober ’96 was hij voorzitter van de Philips Sport Vereniging. De band tussen het concern en PSV was vroeger veel groter. ‘Het management van Philips vond het qua marketing bijvoorbeeld beter als Amsterdammers en Rotterdammers tevreden werden gehouden. PSV kreeg bijna de opdracht om Ajax en Feyenoord voor te laten gaan’, stelt Van Raaij.

Tot 1987 was PSV nog maar zeven keer landskampioen geworden. Daarna werd de club steeds zelfstandiger en losgekoppeld van Philips.

Meer lezen?