Terug naar overzicht

Doekle Terpstra: ‘Alles draait om vertrouwen’

Doekle Terpstra is de nieuwe voorzitter van de HBO-raad. Hoewel nog maar net in functie ergert hij zich aan staatssecretaris Rutte, zo liet hij in een interview weten aan het Hoger Onderwijs Persbureau (HOP).
Terpstra is zeer over hem te spreken, maar vindt zijn uitlatingen over medezeggenschap niet verstandig. ‘Als hij wekenlang overal rondbazuint dat bestuurders voortaan met knikkende knieën naar een medezeggenschapsraad moeten, dan is dat niet bevorderlijk voor de sfeer binnen de instellingen.’

Op 1 mei heeft Terpstra de vakbond CNV verruild voor de HBO-raad. Hij is blij met zijn nieuwe functie en vertelt al vol vuur over de ontwikkeling die het hoger beroepsonderwijs doormaakt. ‘We hebben met de lectoraten een belangrijk instrument om de kenniscirculatie tussen hbo en bedrijfsleven te intensiveren. Daar is veel te winnen.’ Hoewel de kersverse voorzitter niets wil afdoen aan het belang van goed wetenschappelijk onderwijs, vindt hij het vreemd dat de agenda van de kenniseconomie zich vooral daarop toespitst. ‘We redden de wereld niet met wetenschappelijke publicaties. Dat doen we wel als we meer mensen opleiden die kennis omzetten in bedrijvigheid. We zouden een fout maken als we onze oren te veel lieten hangen naar het wetenschappelijk onderwijs.’

Dus vindt hij het een vergissing dat het rijk alleen de wetenschappelijke masters bekostigt. ‘De politiek heeft er voor gekozen om het binaire stelsel van hoger onderwijs in stand te houden. Dan moeten wij de consequenties daarvan nemen. Dat betekent voor het hbo dat de beroepskolom volledig ontwikkeld moet worden. Inclusief bekostigde masters en professional doctorate.’

In Europese verdragen staat te lezen dat deelname aan het hoger onderwijs naar vijftig procent moet. Terpstra vindt het prachtig. ‘Vanuit de vakbeweging werd daar vroeger naar gekeken als iets abstracts. Maar het is omgeslagen, men neemt die ambitie serieus. In Nederland is een hoop te doen om in de buurt te komen van die wens. Daarin heeft vooral het hbo een rol, want de universiteiten zitten zo’n beetje aan hun plafond.’

Die groei moet vooral komen uit het mbo. Op dit moment is de deelname van studenten uit die hoek slechts elf procent. Dat kan beter, maar de vraag is: hoe? Het vaak als ‘te licht’ omschreven hbo kan zijn ambities niet naar beneden bijstellen. De kritiek op het hbo-niveau kreeg onlangs weer een impuls toen staatssecretaris Rutte zijn zorg uitsprak over de teloorgang van vakinhoudelijke kennis onder invloed van het ‘leren leren’. Terpstra pareert: ‘De arbeidsmarkt heeft behoefte aan mensen die zichzelf blijven ontwikkelen. Beroepen veranderen tegenwoordig snel en werknemers moeten daarin mee. Mensen die zich fixeren op de kennisinhoud van dit moment sluiten hun ogen voor de maatschappelijke dynamiek. Misschien moeten we nog wennen aan het nieuwe leren, maar het concept deugt beslist.’

Transparantie is een sleutelwoord voor Terpstra. Net als staatssecretaris Rutte pleit hij voor openheid en inspraak. Ook als dat betekent dat hogescholen een tik op de vingers krijgen. ‘Fraude is fraude en kwaliteitsgebrek is kwaliteitsgebrek. Als zulke problemen zich voordoen, moet je ze duidelijk benoemen en daarna aanpakken. Het is verkeerd om ze onder de mat te vegen. Je moet laten zien dat je er wat aan doet.’

Met de staatssecretaris kan Terpstra prima overweg, maar er zijn ergernissen. ‘Sinds hij de medezeggenschap op de agenda heeft gezet, bazuint hij overal rond dat bestuurders wat hem betreft met knikkende knieën naar de inspraakorganen moeten. Dan denk ik: staatssecretaris, besef je wel wat je daarmee zegt? En wat dat betekent voor de instellingen? Je creëert daarmee geen synergie tussen bestuur, medezeggenschap en raad van toezicht, maar afstand. Ik heb in de afgelopen vijfentwintig jaar geleerd dat dat niet leidt tot maximale prestaties. Alles draait om vertrouwen. Daar is de staatssecretaris nog niet helemaal achter.’ (HC,TdO/HOP)

Meer lezen?