Terug naar overzicht

Innerlijke verdieping komt vaak pas na werkend leven

Werk en gezin kunnen in de weg staan van innerlijke verdieping. Dat zei Johan Witteveen, oud-minister van Financien en lid van de Soefibeweging 11 mei tijdens de conferentie ‘Ouder worden en zingeving’ in Breda. Een zegening van ouder worden is dat je dingen kunt loslaten en innerlijk rust kunt vinden.

Witteveen: ‘Ieder mens wordt geboren met een bepaald doel. Dat kun je beter vervullen als je het innerlijke leven ontdekt. Het ideaal is om het uiterlijk en innerlijk leven met elkaar in balans te brengen. Maar dat kan alleen als je in vrede bent met je uiterlijk leven. Vanuit deze visie is ouder worden een reden om je meer te verdiepen.’
Eerder is die verdieping moeilijk mogelijk omdat de leeftijdsgroep van 25 tot 45 jaar extreem overbelast is, zei hoogleraar Jan Baars tijdens dezelfde conferentie die de Avanslectoraten Gerontologie en Vermaatschappelijking in de Zorg organiseerde. ‘Ze hebben kinderen, moeten carrière maken. Die problemen worden zichtbaar zodra ze in de WAO komen.’
Toch worden ouderen steeds meer buiten het leven geplaatst, dat terwijl ze een schat aan ervaring hebben. ‘Ouderdom wordt geassocieerd met kwetsbaarheid. Dat impliceert dat niet-ouderen onkwetsbaar zijn. Maar ouderdom hoort bij het leven. Voor degenen die midden in het leven staan is het moeilijk om onder ogen te zien dat ook zij kwetsbaar zijn.’

Baars hekelt de verpleeghuizen en de psychologen die ouderdom problematiseren. ‘Onderzoek waarin ouderen zelf aan het woord komen, is zeldzaam. Ouderen geven veel meer nuances aan dan wetenschappers.’
Psycholoog Peter Haex, aanwezig tijdens de conferentie, sprak dit beeld tegen. Hij organiseert een Alzheimercafé in Roosendaal. Tijdens de forumdiscussie zei hij zijn cliënten zelf de vraag te hebben voorgelegd of zij hun leven zinvol vinden. ‘De meesten zeiden dat ze er het beste van probeerden te maken. Dat ze leven bij de dag. Maar een man van 58 gaf als antwoord dat hij de zin niet meer kon ontdekken. Een maand later was hij dood.’
Kort voor zijn dood gaf diezelfde man in een e-mail aan dat hij alleen nog maar in ‘enkelvoud’ kon leven. Haex las een stuk voor uit de mail: ‘Alleen thuis in een stoel zitten, niets doen is enkelvoud. Met iemand praten is prima, maar de woorden die de andere persoon op me afstuurt? Meervoud. Als ik erna thuis kom, ben ik er slecht aan toe. Ben ik in de war, overstuur en uitgeput.’
Johan Witteveen reageerde geraakt: ‘Het treft me dat deze man de tegenstelling zag tussen meervoud en enkelvoud. Naar mijn gevoel wijst dat erop dat hij het innerlijke leven aanraakte. Hij was gedwongen tot iets te komen dat hij eigenlijk zelf moest ontwikkelen. En het erge is dat we er eigenlijk allemaal te laat of helemaal niet toe komen.’ (MvH)

Meer lezen?