Terug naar overzicht

Helft masterstudenten komt straks uit het hbo

Eén op de drie hbo-studenten zegt een master aan de universiteit te willen volgen. Als hun dit ook werkelijk lukt, vormen ze straks de helft van het totale aantal masterstudenten. Intussen laat de voorlichting aan hbo’ers over masteropleidingen veel te wensen over.
Dat concludeert Choice, het Centrum voor Hoger Onderwijs Informatie, uit de eerste resultaten van de Nationale Studenten Enquête 2005, die het dit voorjaar in opdracht van het ministerie van onderwijs gehouden heeft onder twintigduizend studenten van hogescholen en universiteiten. De enquête vormt de basis voor de studentenoordelen in de jaarlijkse Keuzegids Hoger Onderwijs.

Van de hbo-studenten wil 31 procent doorstromen naar een master. Onder universitaire studenten is dat aandeel negentig procent. Aangezien er veel meer hbo-studenten zijn dan universitaire studenten, betekent dit volgens Choice dat de instroom in de masterfase gigantisch zal zijn, vooropgesteld dat de hbo’ers hun plannen doorzetten.
Van alle ondervraagde studenten bleken er op het moment van enquête ongeveer vierduizend actief over hun masterkeuze na te denken. Aan hen is een oordeel over de voorlichting gevraagd. Hbo-studenten, die voor hun master vaak moeten overstappen naar de universiteit, geven er een 4,9 voor, een nauwelijks hogere waardering dan vorig jaar (4,7). De universitaire studenten daarentegen vonden de voorlichting vorig jaar al een 6,2 waard en dat oordeel stijgt dit jaar naar een 6,6.

‘Het probleem zit vooral bij de schakeljaren’, zegt Jonathan Mijs, voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond. ‘Hbo-studenten realiseren zich niet altijd hoe sterk het hbo verschilt van het wetenschappelijk onderwijs. Zij krijgen daar ook weinig informatie over. Het lukt de hbo-studenten vaak niet om het programma in één jaar te halen. Ze lopen vertraging op of haken af. Daar komt bij dat universiteiten vaak niet op de hbo-studenten zitten te wachten. Ze zijn bang dat hun rendementscijfers zullen dalen.’
Doorstroomminors zijn de oplossing, denkt Mijs, want dan maken de studenten al tijdens hun hbo-opleiding kennis met het niveauverschil. ‘Rutte zou zulke programma’s kunnen stimuleren.’ Verder moeten universiteiten hun informatie beter beschikbaar maken.

Per hbo-studie verschilt het animo voor de masterfase behoorlijk. Vooral studenten accountancy (58 procent), aanstaande leraren (45 procent) en conservatoriumstudenten (50 procent) willen doorstuderen. Aan de andere kant van het spectrum bevinden zich studenten van de pabo (15 procent) en de sportacademie (16 procent).

Onder universitaire studenten is de norm nog altijd om een master te gaan doen. Het is opmerkelijk dat maar liefst tien procent dat niet wil. Vooral studenten gezondheidswetenschappen houden er relatief vaak mee op. (BB/HOP)

Meer lezen?