Terug naar overzicht

Kennisbeurzen niet alleen naar buitenlands toptalent

Kennisbeurzen voor studenten van buiten Europa zijn niet alleen bedoeld voor toptalent waar de Nederlandse kenniseconomie van profiteert. Ze gaan ook naar studenten die voor hun eigen land van herkomst belangrijk zijn.

Dat beloofde staatssecretaris Rutte de Tweede Kamer woensdag in een debat over de internationalisering van het Nederlandse hoger onderwijs. Met name CDA en SP hamerden op het belang van de ‘duurzame ontwikkelingshulp’ die van internationale studiebeurzen uitgaat.

De zorg van de Tweede Kamer spitst zich toe op de kennisbeurzen voor studenten van buiten de Europese Economische Ruimte (EU plus Lichtenstein, Zwitserland, Noorwegen, IJsland). Daarvoor heeft Rutte twintig miljoen euro beschikbaar, waar de Nederlandse universiteiten en hogescholen zelf studenten mee mogen werven. ‘Ik krijg de indruk dat het allemaal erg gericht is op het binnenhalen van absoluut toptalent’, aldus CDA-kamerlid Cisca Joldersma.
Rutte wijst er echter op dat hij wel degelijk eisen stelt aan de instellingen. ‘Die mogen in grote mate zelf bepalen hoe ze die studenten selecteren, maar ik ga achteraf wel kijken of ze ook geïnvesteerd hebben in studenten die voor hun eigen land belangrijk zijn. Dat is overigens niet alleen voor ontwikkelingslanden waardevol, maar ook voor onze internationale positie.’

Om Nederland voor buitenlandse studenten aantrekkelijk te maken, wordt het hoger onderwijs
uitgerust met een beperkt aantal centres of excellence. Daarvoor is slechts vijf miljoen euro beschikbaar. ‘Ik denk vooral aan opleidingen die al erg goed zijn en die met een paar kleine aanpassingen nog beter worden’, verduidelijkte Rutte.

Daarnaast wordt het Nederlandse hoger onderwijs als merk neergezet: een soort paraplu waaronder de instellingen zich presenteren. ‘Vergelijk het maar met ijsjes’, legt Rutte na het debat uit. ‘Je hebt het ijsjesmerk Ola en dat verkoopt magnums en raketten. Wij gaan Nederland neerzetten als onderwijsmerk en daaronder hangen we dan Fontys, de Universiteit Utrecht en de Erasmus Universiteit.’ (TdO/HOP)

Meer lezen?