Terug naar overzicht

Rutte regelt beurzen buitenlandstudies desnoods zelf

Als de voorstellen voor een Europees studiefonds nog lang op zich laten wachten, gaat staatssecretaris Rutte een alternatief bedenken om Nederlandse studenten in het buitenland alsnog van studiefinanciering te voorzien. Na de zomer stuurt hij hierover een brief aan de Tweede Kamer.

Tijdens het Nederlands EU-voorzitterschap van vorig jaar werd een technische werkgroep in het leven geroepen die onderzoek doet naar de haalbaarheid van één Europees studiefonds. De Tweede Kamer vindt dat het erg lang duurt, en vraagt zich af waarom de Nederlandse student geen beurs kan meenemen naar het buitenland, terwijl studenten uit onder meer Luxemburg en Zweden dat wel kunnen. Rutte bekijkt de komende weken of de werkgroep voldoende wind in de zeilen heeft. ‘Anders kom ik met een plan om op terug te vallen.’

‘Wat de besluitvorming zo complex maakt, is dat de studiefinanciering in elk land anders is’, licht Rutte desgevraagd toe. ‘Wij zijn met onze studiefinanciering ruimhartiger dan andere landen. Daar staat tegenover dat wij collegegeld vragen en andere landen niet. Dan is het lastig om tot één fonds te komen.’

Rutte is niet voor niets terughoudend op dit dossier. Lange tijd heeft het ministerie van OCW gewacht op de uitspraak in de zaak Danny Bidar. Deze Franse student stapte naar het Europese hof toen hij geen studiefinanciering kreeg in het Verenigd Koninkrijk. Bidar werd in het gelijk gesteld door het hof en kreeg studiefinanciering, op basis van het feit dat hij een reële band heeft met dat land: Bidar woonde al drie jaar in Engeland toen hij zich er inschreef aan de universiteit.
In Den Haag bestond de vrees dat iedere Europese student een beroep zou kunnen doen op een Nederlandse beurs. Nederland zet nu – vooruitlopend op een Europese richtlijn – de bindingstermijn niet op drie, maar op vijf jaar. Dat zou moeten voorkomen dat buitenlandse studenten massaal een beroep doen op de studiefinanciering van de IB-Groep. (TdO/HOP)

Meer lezen?