Terug naar overzicht

Achterstand allochtonen in hoger onderwijs hardnekkig

De achterstand van allochtonen in het hoger onderwijs is hardnekkig. Turken en Marokkanen gaan het steeds beter doen, maar ze komen nog niet in de buurt van studenten met een Nederlandse achtergrond. Ook de Surinamers en Antillianen halen ze nog niet in.
Dat blijkt uit het Jaarrapport Integratie 2005 van het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Sociaal en Cultureel Planbureau. ‘Het is maar de vraag of ze hun achterstand ooit helemaal inlopen’, zegt onderzoeker Jaco Dagevos van het SCP. Het bestrijden van voortijdig schoolverlaten zou volgens hem de hoogste prioriteit moeten krijgen.

Allochtonen die hun diploma op zak hebben, blijken ambitieuzer dan de scholieren met een Nederlandse achtergrond. Van de Marokkanen en Turken die vwo hebben gevolgd, gaat tachtig tot negentig procent naar de universiteit. Onder autochtonen is dat maar 66 procent, terwijl 18 procent van hen naar het hbo gaat. Na de havo gaat zo’n negentig procent van de Turken en Marokkanen naar de hogeschool, terwijl dat onder autochtonen maar 77 procent is.
Het grote probleem is alleen dat ze minder vaak op de havo en het vwo terechtkomen. Turkse kinderen hebben op de basisschool een flinke taalachterstand, zeggen de onderzoekers. In groep acht hebben ze gemiddeld de taalvaardigheid van een autochtoon uit groep zes. Ook met rekenen liggen ze een half jaar achter.

Volgens Zeki Arslan, onderwijsspecialist van FORUM, het landelijke instituut voor multiculturele ontwikkeling, valt op de basisschool de grootste winst te behalen. ‘Universiteiten willen talent in het buitenland werven, maar ze verwaarlozen de 450 duizend kansarme kinderen in eigen land. Als universiteiten of hogescholen een basisschool in een achterstandswijk zouden adopteren en de taalachterstanden zouden helpen wegwerken, dan moest je eens kijken hoe hoog hun instroom wordt.’

De hoger-onderwijsstatistieken van Turken en Marokkanen zijn spectaculair verbeterd. In het midden van de jaren negentig begon maar tien procent van hen aan een hbo-opleiding; in 2002 was dit aandeel verdubbeld naar ongeveer twintig procent. Aan de universiteit groeide de instroom van drie naar zes procent. Maar onder autochtonen is de hbo-instroom al jaren meer dan dertig procent. De universitaire instroom is zelfs drie keer zo hoog als onder Turken en Marokkanen.
Surinamers en Antillianen lijken sinds 1995 iets minder vaak aan het hbo beginnen. Zij hebben als jaren een achterstand van ongeveer tien procentpunten op autochtonen. Ook begint maar ongeveer een op de tien Surinamers en Antillianen aan een universitaire studie, terwijl dat onder autochtonen ongeveer een op de zes is. (BB/HOP)

Meer lezen?