Terug naar overzicht

Instellingsaccreditatie na 2009 mogelijk

Hogescholen en universiteiten die hun interne kwaliteitszorg perfect op orde hebben, mogen hun opleidingen in de toekomst zelf keuren. Daarnaast wil staatssecretaris Rutte de kwaliteitskeuring van het hoger onderwijs minder arbeidsintensief maken door de opleidingen te verbreden en in aantal terug te brengen.

In een brief aan de Tweede Kamer komt de staatssecretaris definitief terug op zijn idee om opleidingen straks te laten keuren in domeinen: tevoren vastgestelde clusters van verwante opleidingen. Discussies met het onderwijsveld, adviezen van experts en scepsis vanuit de Tweede Kamer hebben hem deze zomer op andere gedachten gebracht. Immers, hoe zouden deze domeinen eruit moeten zien en zouden ze – ook internationaal – wel voldoende herkenbaar zijn?
Rutte kiest daarom nu definitief voor een aanpak ‘van onderop’, waarbij de hogescholen en universiteiten gestimuleerd worden om hun opleidingen zelf te verbreden – bij voorkeur in goed overleg. De voortekenen zijn gunstig. Het wo heeft al laten weten bereid te zijn om het aantal bachelorstudies van 206 naar 113 terug te brengen en het hbo broedt op een vergelijkbare operatie. Ook het grote aantal wetenschappelijke masteropleidingen kan omlaag. Daarmee zouden de administratieve lasten van de accreditatie fors verkleind worden.
Na 2009, als accreditatieorganisatie NVAO alle afzonderlijke opleidingen ten minste éénmaal heeft gekeurd, kunnen hogescholen of universiteiten een instellingskeurmerk krijgen. Dat gebeurt alleen als ze een onberispelijke staat van dienst hebben op het gebied van hun interne kwaliteitsbewaking. In geval van twijfel kan het instellingskeurmerk voor alleen hun bacheloropleidingen verleend worden, of voor alleen hun hbo- of universitaire opleidingen.
Maar zelfs als het een instelling lukt om volledig geaccrediteerd te worden, blijven externe deskundigen hun opleidingen steekproefsgewijs beoordelen. Ook kan de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) onaangekondigd een oordeel uitbrengen.

Op kortere termijn komt staatssecretaris Rutte tegemoet aan twee lang gekoesterde wensen uit het veld. In zijn nieuwe wet, die in 2007 moet ingaan, wil hij de zogeheten macrodoelmatigheidstoets van een nieuwe opleiding vooraf laten gaan aan de accreditatie. Voordat een universiteit of hogeschool een nieuwe opleiding voor veel geld door de NVAO laat toetsen, zal het ministerie eerst beoordelen of er maatschappelijke behoefte is aan de betreffende opleiding.
Daarnaast wil Rutte de nu zeer beperkte herstelmogelijkheid verruimen van opleidingen die hun accreditatie verliezen. Op dit moment hebben afgekeurde opleidingen een jaar de tijd om hun kwaliteit alsnog op orde te krijgen. Omdat ze in de tussentijd geen nieuwe studenten mogen aannemen is de kans dat dit lukt gering. Al in 2004 liet de NVAO weten dat de ‘verbeterfunctie’ van het accreditatiestelsel onvoldoende was. Ook Rutte erkent nu dat de zware sanctie op afkeuring ‘kan ontmoedigen om scherpe oordelen over de kwaliteit van het onderwijs uit te spreken en contraproductief kan werken op de inspanningen van de instelling om de kwaliteit te herstellen.’ Toch moet er wat hem betreft ‘een gezonde prikkel’ van de accreditatie blijven uitgaan en mogen er geen concessies worden gedaan aan de voor het hoger onderwijs geldende kwaliteitseisen. (HC/HOP)

Meer lezen?