Terug naar overzicht

Instroom in hoger onderwijs stijgt langzaam

In het belang van de kenniseconomie streeft het kabinet ernaar dat in 2010 niet tweevijfde, maar minstens de helft van de Nederlandse jongeren een opleiding in het hoger onderwijs volgt. Maar of dat haalbaar is?
In de Sociale Staat van Nederland 2005, het jaarlijkse rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau, staat te lezen dat de instroom in het hbo in 2003 naar 42 procent is gestegen, na enkele jaren op 39 procent te zijn blijven steken. In het wetenschappelijk onderwijs is de instroom sinds 1998 jaarlijks met ongeveer een procentpunt toegenomen: van 17 naar 22 procent in 2003.
Wie na een kwieke optelsom concludeert dat het kabinet zijn doelstelling dus allang gehaald heeft (64 procent!), verliest uit het oog dat studenten meerdere malen kunnen instromen in het hoger onderwijs: bijvoorbeeld eerst in het hbo en dan in het WO.

De samenstellers van het rapport menen dat de door het kabinet beoogde deelnamestijging nog het best bereikt kan worden via terugdringing van de uitval en verhoging van het aantal gediplomeerden. Na zes jaar verlaat ruim een kwart van elke lichting studenten het hbo zonder diploma, tegen (na zeven jaar) ruim twintig procent van hun collega’s aan de universiteit. Hier kan winst worden geboekt, maar het SCP waarschuwt dat rendementsverhoging niet ten koste mag gaan van een verlaging van het onderwijsniveau. (HC/HOP)

Meer lezen?