Terug naar overzicht

‘Internationalisering verloopt te traag’

Internationalisering van het Nederlandse onderwijs moet veel meer prioriteit krijgen. De Onderwijsraad pleit voor een vrijwillig internationaliseringskeurmerk en de ontwikkeling van een Europese canon.
Volgens de Onderwijsraad is internationalisering nog te weinig vanzelfsprekend in het Nederlandse onderwijs, zelfs niet aan hogescholen en universiteiten. Weliswaar vindt daar al jarenlang uitwisseling plaats en worden de onderwijsprogramma’s geleidelijk internationaler van karakter. Maar het beleid is te weinig samenhangend en de bachelor-masterstructuur is nu nog eerder belemmerend dan bevorderlijk voor een stage of studie in het buitenland.

Een van de kernproblemen is dat veel Europese landen wel een bachelor-masterstructuur hebben ingevoerd, maar dat uniformiteit ver te zoeken is. Zelfs binnen Nederland zijn de verschillen tussen de overgangs- en toelatingsbepalingen van bachelor- en masteropleidingen zo groot dat veel studenten niet van instelling wisselen.
In tien agendapunten tot 2011 pleit de raad onder meer voor het opnemen van internationale kennis en vaardigheden in alle reguliere onderwijsprogramma’s, van lagere school tot universiteit. Om dit te bevorderen kan een Europese canon behulpzaam zijn: een richtsnoer dat aangeeft welke elementen van de Europese cultuur het waard zijn om door te geven aan volgende generaties. Eerder al leidde een advies van de Onderwijsraad tot de ontwikkeling van een Nederlandse canon.
De belangrijkste aanbeveling van de Onderwijsraad is het instellen van een vrijwillig aan te vragen keurmerk, waarmee instellingen en opleidingen zich kunnen onderscheiden. Dat kan de internationalisering versnellen. Internationaliseringsorganisatie Nuffic zou dit vrijwillige keurmerk in het hoger onderwijs kunnen verlenen.

Voorzitter Karl Dittrich van accreditatieorganisatie NVAO laat weten dat de huidige accreditatiewet al voorziet in de mogelijkheid van een bijzonder kwaliteitskeurmerk. ‘Opleidingen die ergens goed in zijn, kunnen dat bij ons laten erkennen. Ze krijgen dan een aantekening in het accreditatieoordeel. Dat kan natuurlijk ook voor internationalisering. Wij stellen trouwens wel zware eisen. Alleen het aanbieden van een Engelstalig programma is niet voldoende.’

De universiteiten en hogescholen reageren afwijzend op het voorgestelde keurmerk. Voorzitter Doekle Terpstra van de HBO-raad: ‘De NVAO beoordeelt nu al of opleidingen voldoende internationaliseren. Nieuwe systeemeisen en procedures zijn niet wenselijk in een periode waarin we juist uit alle macht proberen om te ontregelen en de bureaucratie zo klein mogelijk te houden.’ (HC/HOP)

Meer lezen?