Terug naar overzicht

Rekenkamer wil duidelijkheid over publiek ondernemerschap

Minister Van der Hoeven moet meer grenzen stellen aan de marktactiviteiten van publiek gefinancierde organisaties. Ook raden van toezicht moeten meer scherpte betrachten.
Dat stelt de Algemene Rekenkamer naar aanleiding van een onderzoek bij TNO, het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en het ROC Midden Nederland. Door onduidelijke richtlijnen van de overheid zijn publieke en private geldstromen vaak moeilijk te onderscheiden. Vooral bij het ROC hebben marktactiviteiten geen duidelijke plaats. Het LUMC en TNO doen het beter.

TNO werkt met een gescheiden administratie en heeft die goed op orde, maar de Rekenkamer is niet tevreden over de wijze waarop het onderzoeksbureau haar kennis verkoopt: zo komt het voor dat TNO voor te weinig geld aan een opdracht begint. Bovendien is de totstandkoming van de prijs waarvoor kennis aan derden wordt verkocht vaak onhelder.

Bestuurssecretaris Erik Drop is het niet eens met die laatste stelling. Volgens hem heeft de Rekenkamer een te statisch beeld van de markt. ‘Handel is een dynamisch proces waarin je met een koper tot overeenstemming komt.’ Ook voor de redenering dat TNO soms aan onderzoeksprojecten werkt die niet volledig financieel gedekt zijn, heeft Drop een verklaring: ‘Daarbij gaat het om fondsen die we tot onze beschikking krijgen als we er zelf ook een bijdrage aan leveren. Dergelijke matching komt bij universiteiten ook veel voor.’
Om te voorkomen dat publiek geld naar commerciële activiteiten weglekt, moeten betrokken ministeries op zijn minst voor een aantal universele regels zorgen, vindt de Rekenkamer. Die regels moeten er toe leiden dat publieke instellingen hun kerntaak in het oog houden, integriteitrisico’s mijden en zich niet bezondigen aan oneerlijke concurrentie.
Daarnaast wil de Rekenkamer dat het ministerie van OCW zich hard maakt voor raden van toezicht met een sterkere wettelijke basis dan nu.

Vooruitlopend op het onderzoek zette staatssecretaris Rutte alvast een paar ferme stappen. Hij schreef in juli een brief aan de Tweede Kamer, waarin hij aankondigde dat universiteiten en hogescholen zich best op de markt mogen begeven, zolang dat maar niet gebeurt met publieke middelen. De staatssecretaris maakt een uitzondering voor projecten die aantoonbaar een innovatieve bijdrage leveren aan onderzoek en onderwijs, op voorwaarde dat daarmee geen marktvervalsing ontstaat. Universiteitenvereniging VSNU en de HBO-raad onderschreven de brief. (TdO/HOP)

Meer lezen?