Terug naar overzicht

Kwaliteitsborging twee keer zo duur als visitatie

De accreditatie van opleidingen in het hoger onderwijs kost twee keer zoveel als het oude visitatiesysteem. In totaal is het hoger onderwijs jaarlijks zo’n tien miljoen euro kwijt aan de kwaliteitsborging van opleidingen, wat gelijk staat aan 0,36 procent van het hoger-onderwijsbudget.

Uit onderzoek van de onderwijsinspectie en de auditdienst van het ministerie van OCW blijkt dat vooral de universiteiten extra betalen voor het systeem waarbij VBI’s – een commerciële variant op de oude visitatiebureaus – adviseren aan accreditatieverstrekker NVAO. De interne kwaliteitszorg bij hogescholen lag volgens de onderzoekers al dichter bij de eisen van de keurmeesters. Daardoor hoeft het hbo minder te investeren.

De VSNU becijferde in 2004 nog dat de keuring van opleidingen drie keer meer zou gaan kosten. Volgens de Inspectie viel de berekening van de universiteitenvereniging onder meer hoger uit omdat opleidingen ten tijde van die berekening minder fanatiek werden geclusterd en er nog van uit werd gegaan dat iedere splinterstudie helemaal apart moest worden beoordeeld.

De extra kosten worden veroorzaakt doordat de zelfstandige VBI’s voor een marktprijs zijn gaan werken en er met de NVAO een extra laag in het proces is gebouwd. Daarnaast moeten instellingen BTW over de diensten betalen. Bovendien zijn de eisen van de NVAO strenger dan die van de vroegere visitatiecommissies, wat ook extra kosten meebrengt.

In de nieuwe wetgeving wordt de accreditatie aangepast. Welke vorm het onderwijskeurmerk krijgt is nog niet geheel duidelijk. Vast staat in elk geval dat staatssecretaris Rutte het aanvankelijk gekozen uitgangspunt van domeinaccreditatie – waarbij alle opleidingen met hetzelfde thema per instelling zouden worden gekeurd – van tafel heeft geveegd. Volgens ‘het veld’ en de Tweede Kamer kwam een dergelijke oplossing de internationale vergelijkbaarheid van het Nederlandse hoger onderwijs niet ten goede. (TdO/HOP)

Meer lezen?