Terug naar overzicht

Twaalf opleidingen niet geaccrediteerd

Drie procent van de vierhonderd tot nog toe beoordeelde opleidingen van hogescholen en universiteiten is afgekeurd door accreditatieorganisatie NVAO. Van de aangevraagde nieuwe opleidingen kwam vooralsnog driekwart door de keuring.

In een toespraak tijdens een congres in Nijmegen maakte NVAO-voorzitter Karl Dittrich vorige week bekend dat 80 procent van de circa vierhonderd beoordeelde bestaande opleidingen zonder mankeren door de keuring is gekomen. Met 10 procent lukte dat later alsnog na aanvullende informatie. Bij de laatste 10 procent, dus omgerekend veertig opleidingen, is de situatie problematisch. Na veel vijven en zessen keurde de NVAO uiteindelijk nog eens 3 procent goed. Van 4 procent van de opleidingen werden de vistatierapporten afgekeurd. De resterende 3 procent van de opleidingen – omgerekend twaalf in getal – werd definitief afgekeurd. In tweederde van de gevallen na een negatief oordeel van de visiterende en beoordelende instantie (VBI) die door de opleiding zelf is ingehuurd, en de rest omdat de NVAO het oneens is met het positieve oordeel van zo’n VBI.

Als voorkomende redenen van afkeuring noemde Dittrich onder meer dat het visitatiepanel van een VBI niet deskundig of onafhankelijk genoeg was, dat motiveringen ontbreken en dat onvoldoende duidelijk is of het beoogde niveau van de opleiding gehaald wordt.

In vijf gevallen waarin de NVAO ‘gerede twijfel’ had over een VBI-rapport, benoemde ze een zogenoemde verificatiecommissie. Drie van deze commissies zijn nog aan het werk, één heeft een opleiding goedgekeurd en de ander heeft er een afgekeurd. Al eerder werd bekend dat dit de opleiding sociaal-pedagogische hulpverlening van de Christelijke Hogeschool Nederland is overkomen.

Van de 110 aangevraagde nieuwe opleidingen in het hoger onderwijs werd in eerste instantie ruim de helft afgekeurd. Nadat het merendeel van de afgewezen aanvragen alsnog een sterk verbeterd voorstel indiende, kreeg uiteindelijk 75 procent het NVAO-keurmerk. Redenen van afwijzing waren onder meer dat het niveau van de opleiding of de kwaliteit van het personeel te laag was, en dat de instroom te breed was, met name in de masteropleiding. (HC/HOP)

Meer lezen?