Terug naar overzicht

CBS telt meer voortijdige schoolverlaters dan OCW

Hoeveel voortijdige schoolverlaters telt Nederland: 108 duizend of een kwart miljoen? Het ministerie van onderwijs gebruikt andere getallen dan het Centraal Bureau voor de Statistiek. Wie heeft er gelijk?

Het zou de regering goed uitkomen als Nederland weinig drop-outs telt. In 2010 wil de overheid het aantal jongeren zonder ‘startkwalificatie’ (minimaal mbo-2-niveau) hebben gehalveerd ten opzichte van 2002. Dat hoort bij de veelbesproken Lissabon-doelstellingen, die Europa tot de sterkste kenniseconomie ter wereld moeten maken. Hoe minder er zijn, hoe goedkoper die halvering is. Maar het CBS gooit roet in het eten.

Het grote verschil in de gegevens vloeit allereerst voort uit de leeftijdsgrenzen die het CBS en het ministerie van onderwijs hanteren. OCW turft de voortijdige schoolverlaters in de leeftijdscategorie van 15 tot 22 jaar, terwijl het CBS de groep van 15 tot 24 jaar tegen het licht houdt. ‘Zo definiëren wij de groep jongeren altijd’, zegt CBS-onderzoeker Tanja Traag.
Die leeftijdgrens verklaart echter niet alles. In de groep van OCW telt het CBS nog altijd zo’n 75 duizend voortijdige schoolverlaters meer. Het verschil vloeit vooral voort uit de bron van de getallen. Het CBS gebruikt een representatieve steekproef onder de bevolking. Het ministerie gebruikt een registratiesysteem, dat praktische bezwaren kent. OCW zegt zelf dat de volledigheid van de registratie een ‘zorgpunt’ is en wijst ook op ‘technische problemen’.

Aan de steekproef van het CBS kleven natuurlijk ook onzekerheden. Zo zeggen sommige respondenten in de zomervakantie dat ze geen opleiding volgen, zelfs als ze drie weken later weer in de collegebanken zitten. Maar dat zal in de statistieken geen duizenden schelen. (BB/HOP)

Meer lezen?