Terug naar overzicht

Hogescholen laconiek over ‘lage’ solvabiliteit

De financiële positie van hogescholen is er niet beter op geworden, meldt de HBO-raad. Maar de instellingen die het slecht zouden doen, zijn niet bezorgd. Avans hoort daar niet bij: dat is nog altijd een van de rijkste instellingen.

In Hogescholen Management Informatie, met de jaargegevens over 2004, schrijft de HBO-raad dat de solvabiliteit van de hogescholen – het vermogen om langlopende schulden te voldoen – niet groot is. Maar liefst zeventien instellingen hebben een solvabiliteit van minder dan dertig procent. Fusiereuzen Fontys (27 procent) en Inholland (23 procent) scoren ver onder de norm van de Stichting Vangnet HBO, de financiële waakhond van het hogescholen die 35 procent als veilige marge hanteert. Ook de Hogeschool van Amsterdam (21,7 procent) zit daar ver onder.

Van de grote instellingen staat de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) er met een solvabiliteit van zeventien procent slecht op. Althans, zo lijkt het. Collegevoorzitter Wintels stelt namelijk dat zijn instelling “kerngezond” is. ‘Wij hebben veertig miljoen euro gestoken in voorzieningen voor onder meer onderwijsvernieuwing en ict-ontwikkelingen. Daarnaast is al geld gereserveerd voor uitbreiding van het aantal lectoren van twintig naar vijftig. Dit alles uit eigen middelen. Bovendien bouwen we een campus in Nijmegen. Ondanks al deze investeringen is ons eigen vermogen gegroeid. Tel daarbij op onze voorzieningen van veertig miljoen euro, en dan komen we uit op bijna 45 procent van het balanstotaal.’

De rentabiliteit van de HAN laat volgens de HBO-raad eveneens te wensen over, maar dit kan Wintels ook verklaren. ‘Vanwege de sterke stijging van de studentenaantallen de afgelopen jaren loopt de bekostiging jaarlijks ongeveer tien procent achter ten opzichte van het sectorgemiddelde. Ondanks deze achterblijvende bekostiging zijn de resultaten positief. Genormaliseerd bedraagt het positieve resultaat tussen de vijf en acht miljoen euro per jaar. Kortom: voor wie achter de cijfers kijkt is de HAN een financieel zeer solide hogeschool.’

Ook Hogeschool Inholland voldoet niet aan het ideaalbeeld van de Stichting Vangnet. De grootste hogeschool van Nederland kan 23 procent van zijn langlopende verplichtingen voldoen en daar zijn ze bij de financiële afdeling best tevreden over. ‘De solvabiliteit moet volgens ons op minimaal twintig procent staan’, zegt woordvoerder Celia Noordegraaf. ‘Wij willen voor de zekerheid naar 25 procent. Dat percentage halen we dit jaar waarschijnlijk al. Omdat een hogeschool een semi-publieke instelling is, hoeft de norm van 35 procent volgens ons niet te worden gehandhaafd.’ Dat ook de winst die Inholland uit het vermogen genereert niet hoog is, is volgens Noordegraaf geen punt. ‘Het is niet de bedoeling dat een hogeschool winst maakt. Wij moeten ons geld niet op de bank laten staan, wij moeten het in onderwijs steken.’

Toch kent het hbo ook een aantal uitzonderlijk rijke instellingen. De (kleine) katholieke pabo Zwolle heeft een solvabiliteit van maar liefst 81 procent en de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten heeft genoeg middelen om 75 procent van zijn langlopende tegoeden te voldoen. Van de grote spelers hebben Avans Hogescholen (55 procent solvabiliteit) en de Haagse Hogeschool (46,8 procent) het meeste vet op de botten. (TdO/HOP)

Meer lezen?