Terug naar overzicht

Rutte onderuit met claim 8,3 ton Christelijke Hogeschool

De Christelijke Hogeschool Nederland (CHN) in Leeuwarden hoeft een claim van 830.000 euro van staatssecretaris Rutte niet te betalen. De rechtbank Leeuwarden heeft dat gisteren beslist. Het vonnis kan grote gevolgen hebben voor de afwikkeling van de ‘bekostigingsaffaire’.
Die affaire houdt al sinds 2002 de gemoederen in het hbo bezig. Hogescholen zouden op grote schaal gesjoemeld hebben met inschrijvingen om zo extra rijkssubsidie op te strijken. De commissie ‘Rekenschap’ onder voorzitterschap van het oud-kamerlid Gert Schutte deed onderzoek en adviseerde de staatssecretaris tot het terugvorderen van bijna honderd miljoen euro bij universiteiten, hogescholen en scholen voor middelbaar beroepsonderwijs. Het leeuwendeel van de claims kwam bij het hbo terecht. Bij Avans Hogeschool is de op één na grootste aanslag neergelegd: ruim 20 miljoen; de hogeschool is daartegen in beroep gegaan.

Van de Christelijke Hogeschool eiste Rutte 830.000 euro terug voor studenten uit Rusland en Indonesië die ten onrechte voor bekostiging zouden zijn opgegeven.

De Russische studenten liepen meestal in Rusland stage tijdens het jaar dat zij ingeschreven stonden bij de CHN. De staatssecretaris is van mening dat, omdat deze studenten geen onderwijs hebben gevolgd in Leeuwarden, zij ten onrechte voor de bekostiging zijn meegeteld.
De rechtbank is het daar niet mee eens: weliswaar geldt de eis dat het onderwijs moet worden gegeven in de plaats van vestiging van de onderwijsinstelling, maar dat gaat niet op voor stages. Daarin kan men bovendien geen onderscheid maken tussen studenten die voorafgaand aan de stage al aan de CHN studeren, en studenten die alleen tijdens het stagejaar ingeschreven staan bij de CHN. In beide gevallen gaat het volgens de rechtbank om de situatie dat de studenten door de docenten van de CHN vanuit Leeuwarden worden begeleid.

Bij de Indonesische studenten gaat het vooral om de vraag of deze studenten ‘initieel onderwijs’ hebben gevolgd. De Indonesiërs volgden in hun eerste jaar een summer course van zes weken bij de CHN in Leeuwarden en daarna gingen ze bij wijze van ‘aangepast programma’ stage lopen bij een restaurant. Rutte vindt dat in navolging van de commissie Schutte geen initieel onderwijs.
Ook dit standpunt wordt door de rechtbank niet gevolgd. De rechtbank vindt dat de omstandigheid dat slechts enkele Indonesische studenten na het eerste jaar verder zijn gegaan met de opleiding, niet van belang is. Het is ook niet relevant of de studenten de bedoeling hadden om de hele opleiding te volgen. De hogeschool heeft volgens de rechtbank een grote vrijheid om het programma naar eigen inzicht in te richten. Doorslaggevend is dat het onderwijs uiteindelijk recht gaf op een bachelor-diploma.

Veel claims bij andere hogescholen zijn op soortgelijke overwegingen gebaseerd als in het geval van de Russische en Indonesische studenten van de CHN. Het was voor het eerst dat een geschil in de bekostigingsaffaire voor de rechter kwam. Houdt het vonnis van Leeuwarden stand, dan zal Rutte een groot deel van de claims moeten afboeken. (FG)

Meer lezen?