Terug naar overzicht

Te druk met onderwijs om de markt op te gaan

De directie van de Academie voor Gezondheidszorg in Breda wil de academie de komende jaren klaarstomen voor een veranderende markt, die vraaggericht zal zijn en waarin instellingen en onderwijs nauw samenwerken. Leden van de academieraad twijfelen of de werkvloer daar wel ‘ruimte voor heeft’.

‘Vanaf 2010 mag iedereen gaan opleiden. Enige voorwaarde is dat de opleiding geaccrediteerd is. We krijgen dan de concurrentie van private opleidingen. Daarom moeten we nu onze relaties met het werkveld versterken. We moeten gezamenlijk optrekken’, vindt academiedirecteur Thieu Schraven. Het onderwerp staat beschreven in het businessplan 2006 van de academie, waarin ook de doelen voor de toekomst staan.
Het plan werd vanochtend besproken in de vergadering van de academieraad. Voorbeelden van samenwerken zijn dat instellingen bij studenten assessments afnemen of dat ze onderwijs verzorgen, maar ook dat studenten en docenten betrokken worden bij het opzetten en runnen van bijvoorbeeld een diagnostisch centrum voor ouderen, waarvoor al plannen in de maak zijn.
Om dat te kunnen bereiken moet de academie volgens directeur Thieu Schraven flexibeler worden, zodat snel ingesprongen kan worden op ‘proeftuinen en projecten’ met instellingen in de gezondheidszorg.
Flexibeler zijn, betekent volgens de directeur onder meer dat de academie snel een projectleider kan inzetten als dat nodig is. ‘Nu liggen het takenpakket voor een docent een jaar lang vast.’
Academieraadslid Joop de Looff erkent de noodzaak om de academie aan te passen aan de markt, maar er moet volgens hem ook ruimte voor zijn. ‘Het gevoel dat we moeten veranderen, leeft niet. We zijn heel druk bezig met de kwaliteit van het onderwijs. Die staat onder druk. De ratio docent-student is de laatste jaren alleen maar slechter geworden.’ Voorzitter Ab Bobbink: ‘Er leeft hier frustratie.’ Hij vindt dat de academiedirectie de toekomstdoelen beter moet uitleggen.
Schraven meldde dat dit al gebeurd is in drie bijeenkomsten. Volgens Bobbink is dat te weinig en speelt mee dat er ook nog veel oud zeer is bij de academie, bijvoorbeeld over de werklast. ‘Dat geldt niet voor iedereen’, merkte Schraven op. ‘Vooral jongere docenten zien ook de kansen.’ Hij zei ook dat nieuwe taken, zoals een project leiden, niet ‘erbij’ hoeven, maar ‘ernaast’ kunnen. Daar wordt budget voor gemaakt. ‘Ik ben me er van bewust dat we niet voor de muziek moeten uitlopen. Maar als je naar andere academies en hogescholen kijkt, zie je dat we zeker niet voorop lopen. We zijn eerder middenmoot.’ (PM)

Meer lezen?