Terug naar overzicht

Geen ‘Inholland-onderzoek’ bij andere instellingen

De onderwijsinspectie gaat geen aanvullend kwaliteitsonderzoek doen bij hogescholen. Alleen als daar – zoals onlangs in het geval van Hogeschool Inholland – aanleiding voor is, wil staatssecretaris Rutte nadenken over zo’n actie.

Dat schrijft de bewindsman in antwoord op kamervragen van de SP. De problemen van Inholland ontstonden volgens Rutte en de inspectie doordat de instelling vlak na een omvangrijke fusie koos voor de invoering van competentiegericht onderwijs. Omdat geen enkele andere hogeschool dat momenteel overweegt, verwacht de staatssecretaris niet dat aanvullend onderzoek bij andere instellingen tot dezelfde conclusies leiden.
De onderwijsinspectie deed vorig jaar in opdracht van Rutte onderzoek naar de kwaliteitsproblemen bij Inholland, nadat er in de Tweede Kamer herhaaldelijk kritische vragen over de instelling waren gesteld. Uit het in december verschenen blijkt dat het bestuur van de hogeschool niet alert genoeg reageerde op klachten van studenten en medewerkers. De combinatie van de fusie en het nieuwe onderwijsconcept bleek voor het personeel te veel van het goede, wat leidde tot frustraties.

Overigens stelt Rutte in antwoord op de vragen van de SP dat de Raad van Toezicht op de hoogte was van de ontwikkelingen op de hogeschool. ‘De raad beschikte onder meer over de uitslagen van het tevredenheidonderzoek dat het bestuur onder het personeel had laten uitvoeren. De Raad had aangestuurd op het onderzoek, en aan de hand daarvan zijn verbetertrajecten ingezet.’
Of die verbetertrajecten toereikend zijn, moet volgens de inspectie nog blijken. Toch vindt zij dat de voorgenomen maatregelen ‘zonder meer terzake’ en ‘daadkrachtig’ zijn. In de zomer krijgt Rutte een rapport over de voortgang van Inholland. (TdO/HOP)

Meer lezen?